Disproportioneel lastige dingen

27/04/2014 § Een reactie plaatsen

Van sommige dingen weet iedereen dat ze lastig zijn. Aanschuiven voor koffiekoeken op zondag, in de file staan, dringend batterijen nodig hebben maar er geen vinden en dus de batterijen uit uw tv-kaske moeten nemen, roltrapleuningen die sneller gaan als de roltrap zelf, bellen naar de klantendienst van Scarlet, pendelen… Slechts enkele voorbeelden van overduidelijke ergerlijkheden die een mens in zijn leven moet doorstaan. Sommige dingen zijn echter eveneens uiterst onuitstaanbaar, maar dermate triviaal, dat er minder aandacht aan wordt besteed. Op deze blog is er echter wel een plaats voor zulke dingen: deze post gaat over onbenullige, maar disproportioneel lastige dingen, problemen waarvan het belang omgekeerd evenredig is met de ergerlijkheid ervan.

Fietsen op de Rooseveltplaats is zo’n disproportionele marteling. Wat een simpel fietstochtje van 5 minuten zou moeten zijn -van mij thuis naar het station-, mondt dagelijks uit in hartkloppingen, omgevallen bomma’s en scheldpartijen. Vooral het stuk van de Gemeentestraat, na het oversteken van de Van Ertbornstraat, waar tram 10 en 11 stoppen, is een aartsmoeilijk hindernissenparcours van mensen die rustig staan te chillen, mensen die bruut van de trams stappen, bomma’s die verdwaald zijn en koppeltjes die rustig aan’t wandelen zijn. OP HET FIETSPAD. Ik begin al 10 meter op voorhand te rinkelen met mijn fietsbel, waardoor 24% van bovengenoemde mensen rond zich begint te kijken, zich afvragend wie er in de weg loopt “want ik ben het zeker nie”, 27% van bovengenoemde mensen zich omdraait en een stap doet in de richting waarnaar ik met mijn fiets net aan het uitwijken was en de overige 49% kwaad wordt omdat ik durf te fietsen op een fietspad (OMG!). De onverklaarbare doch legendarische verkeersagressie die in mij schuilt -een blogpost op zich waard-, gecombineerd met een ochtendhumeur, kan alleszins goed botvieren zo ’s ochtends om 8u09 daar op de Rooseveltplaats, als ik weer eens een hersenloze troep mensen probeer te ontwijken en spitsvondige scheldwoorden tracht te bedenken om terug te roepen.

roosevelt00

Een ander huis-, tuin- en keukenprobleem is het vinden van het begin (of het einde, ’t is maar hoe ge het bekijkt) van de plakband. Plakband is handig voor vanalles en nog wat en losse rolletjes nemen minder plaats in beslag dan van die zware lelijke plakbandhouders, maar ze zijn ook ongezien kwaadaardig. Ik kan echt NOOIT het eindje van de plakband vinden: het lijkt wel alsof het rolletje na elk gebruik het eindje opslokt zoals een Hellmouth de wereld zou opslokken. Ik begin dan geërgerd te krabben overal aan het rolletje en meen dan, als bij wonder, plots een niveauverschil op te merken, waarna ik nog harder begin te krabben en menig nagel breek, om dan tot te conclusie te komen dat het gewoon een stukje verfrommelde plakband was, maar niet het begin/einde van de plakband. Na 879978 keer tevergeefs het rondje te hebben gedaan, verander ik eens van richting om misschien zo eindelijk aan mijn knutselwerk te kunnen beginnen, maar ook dat brengt vaak geen verlossing. Soms probeer ik nog met een ander rolletje plakband, maar even vaak probeer ik het gebrek aan plakband op te lossen door mijn speeksel dan maar te gebruiken als plakmiddel. Just kidding. Maybe.

plakband0

 

Waar ik ook helemaal krankzinnig van word, is als ik naar muziek wil luisteren en mijn oortjes helemaal verstrengeld uit mijn sacoche komen, alsof haatdragende kaboutertjes die kabeltjes ’s nachts met opzet in knopen komen leggen. Ik begin bij het aanschouwen van het oortjeskluwen dan steeds als een hysterische zottin at random te trekken aan de kabeltjes, alsof dat de beste methode zou zijn, om dan steeds gefrustreerder te geraken bij het zien toenemen van de oortjeschaos. Om een of andere reden kan ik mij echter niet beheersen om rustig het boeltje te ontwarren, doch benader ik de verstrengelde oortjes als een nest giftige slangen die zo snel mogelijk op gewelddadige wijze geliquideerd moet worden.

oortjes

Ik ben sowieso al geen fan van supermarkten -ik lijd aan een vorm van supermarktstress en ik beland ook altijd, ALTIJD, in de traagste rij aan de kassa-, maar geef toe: ze maken het niet makkelijk voor de motorisch minder begenadigden onder ons! Ik weet alleszins dat zowel Papzak als ikzelf moeilijkheden ondervinden bij het openen van die plastiekzakjes bij de groenten en fruit. Ze plakken zo hard aan elkaar dat ik vermoed dat er iemand in de supermarktenzakjesfabriek ook de speeksel-in-plaats-van-plakband-truc hanteert. Nog lastiger is het als het niet duidelijk is wat de boven- en achterkant is van het zakje: dan zijt ge dubbel zolang bezig met wrijven, prutsen en zuchten, totdat een vriendelijke meneer met magic hands u uit uw lijden komt verlossen.

zak

Een laatste first world problem zijn de conflicten op de Digibox. Als grote tv- en filmfan volg ik talrijke programma’s op allerlei verschillende zenders. Hoewel ik een fancy Digicorder heb van Telenet en maandelijks massa’s geld neertel voor een Whoppa-abonnement, word ik wekelijks geconfronteerd met “opneemconflicten”: blijkbaar kunnen er maar een beperkt aantal programma’s tegelijk worden opgenomen (al lijkt het ook af te hangen op welke zenders). Telkens ik iets wil programmeren en mijn Digibox aangeeft dat er een conflict is en ik dus een programma moet on-programmeren, begin ik te zweten, krijg ik keuzestress en overvalt mij het gevoel van moeten kiezen tussen mijn denkbeeldige kinderen of moeten kiezen tussen een moelleux of een chocomousse.

digibox

 

Advertenties

3 pleziertjes van een pendelaar

12/04/2014 § 3 reacties

Eerder op deze blog: “3 ergernissen van een pendelaar”.

Nu op deze blog: “3 pleziertjes van een pendelaar”.

Waarna u een weloverwogen mening kan vormen om deze onnozele poll in te vullen:

 

3 pleziertjes van een pendelaar

Hoewel ik niet bepaald bekend sta om mijn genuanceerde uitspraken (er is geen woord dat ik schuw!), wil ik op deze blog liever niet de cynische zak uithangen. Om die reden kon een positief vervolg op voorgaande rant over mijn pendeling/perndelement niet ontbreken. Bij deze: 3 stiekeme pleziertjes van een pendelaar.

1. Aangezien ik niet bedeeld ben met een enigszins ontwikkelde fijne motoriek (elke dag kap ik per ongeluk cola naast mijn mond; dan voel ik plots een plakkerige vloeistof in mijn decolleté; smerige boel en zeer awkward), verkeer ik in de onmogelijkheid een papieren krant te lezen. Dat ding manoeuvreren is onbegonnen werk en hoe dan ook beginnen mijn armen na een tijdje ook wel pijn te doen (best zware lectuur, zo’n krant). Ik lees mijn nieuws dan ook online, de hele dag door, beginnend van tijdens mijn ontbijt op de iPad, over op mijn bureau op de desktop, tot ’s avonds op de zetel. En toch, tóch, kan ik het niet laten om mee te lezen als er naast mij op de trein iemand zit die de Metro aan’t bekijken is. Ik begin innerlijk al te trappelen als er naast mij iemand komt zitten die eruitziet alsof hij wel nieuws-gierig is en word helemaal wild als hij op zijn iPad deStandaard begint te lezen. Ik gluur zo schaamteloos mee over die persoon zijn schouder dat ik soms merk dat ze de bladzijde niet durven omdraaien aangezien ik nog niet klaar ben met lezen. I approve of this. Een enkele keer was mijn gratis meegloeren zo overduidelijk, dat de man -wiens Metro ik met mijn ogen aan het begeren was zoals de Zoo de panda’s van Pairi Daiza begeert- mij zijn krant aanbood toen hij ging uitstappen in Mechelen. Ik heb het aanbod uit beleefdheid aanvaard, maar, laten we eerlijk zijn, die krant interesseert mij geen kak meer en verwordt tot een papieren informatievod eens ik er uitdrukkelijke toestemming en vrije toegang toe heb.

2. Naast de creepy krantengluurder/leecher in mij, komt ook de autist in mij goed aan zijn trekken tijdens mijn dagelijks pendelement. Ik probeer ’s ochtends steevast op dezelfde trein, in dezelfde wagon en op dezelfde plaats te gaan zitten en merk dat ook andere pendelaars zich hardnekkig aan hun vast plekje houden. Zo heb ik in de voorbije drie jaar verschillende mensen leren kennen die ik probleemloos kan situeren in de laatste wagon van de trein van 8u17 in Centraal: jongen met plooifiets die op Jejoen Bontinck lijkt, donkerharige man met bril en iPad, Franstalige 50-jarige vrouw met bril, man die altijd de zonnewering half naar beneden doet om er tegen te slapen, twee blonde meisjes waarvan een altijd haar make-up doet op de trein, man die op Kirk uit “Gilmore Girls” trekt, meisje met fleurige kleedjes, man met Harry Potter-achtige bril die in Berchem opstapt en pas 10 minuten later gaat zitten, meisje dat het parfum “Angel” van Thierry Mugler draagt, jongen met O’Neill-rugzak, etc. Slechts een kleine selectie van personen die ik ’s ochtends op de trein tegenkom. Met geen een van hen heb ik ooit een gesprek gehad dat verdergaat dan “Is die plaats bezet?” of “Ja, ge moogt een bik lenen om uw Go-Pass in te vullen”, maar toch ben ik tamelijk gehecht aan deze vaste gezichten. Ze zitten, zoals men zegt, in mijn Monkeysphere. Dat pendelen goed kan zijn voor networking, wist ik al langer. Zo treint de Antwerpse delegatie van mijn werk -zowel rechters, als attachés, als mensen van de juridische dienst, als coördinatoren- regelmatig samen, wat tot menig niet-jobgerelateerd gesprek én een succesvol quizteam (“Spoor 11”) heeft geleid. Ook mijn vriendschap met I.V.d.B. (“Papzak”) -toen we nog beide in “den 2060” woonden, met slechts het Atheneum dat onze appartementen van elkaar scheidde- heeft veel baat gehad bij het pendelen. We hebben maandenlang ’s ochtends samen de trein genomen, waardoor ik bij bovengenoemde medereizigers ongetwijfeld in hun Monkeysphere zit als “meisje dat vroeger op de trein zat met Papzak, waarmee zij schaamteloos praatte over hun seksleven, over drolletjes-naast-de-kattenbak van een zekere Romulus, over N-VA, over schriftelijke procedures, over raam- en dakisolatie, over avonturen van een doof konijn genaamd Bobke, over verhuizen en over prikklokken”. Of als “creepy krantengluurder/leecher” en “raar mens dat foto’s trekt van kleine zwarte paardjes” (zie onder), dat kan ook.

3. Wat de autist in mij ook zeer pleziert, is het vaste stramien van huisjes-tuintjes-boompjes dat passeert langs het raam op mijn vaste plaats in de trein. Als een kritische werfleider volg ik alle werken op die zich bevinden langs de sporen Antwerpen-Brussel. Zo is er de nieuwe fietsenstalling bij het station van Hove, de “fietsostrade” die tot Mechelen werd aangelegd en die ik elke week een beetje verder zag reiken, de gigantische werf bij Mechelen-station waar ze precies twee voetbalstadions gaan installeren (zo gigantisch is het) en de nieuwe autoparking bij Schaarbeek. Ook als dierenvriend kan ik mijn hart ophalen tijdens het pendelen: ik zie honden die worden uitgelaten, paarden die aan jumping doen, er zijn sinds een week babyschaapjes geboren in een wei, er passeert een hondenschool, en ik zie ’s ochtends vaak een man eten geven aan alle vogels in de buurt en, als hij nog niet geweest is als mijn trein passeert, zwermen de vogels ongeduldig boven zijn tuin. Maar het meest kijk ik uit naar Pixel, een klein zwart paardje dat ik die naam gaf omdat er ergens op een brug “pixel” ge-graffiti-d staat. Pixel staat bij een klein lief huisje, vlak na het station Sint-Katelijne-Waver en is megaschattig. Soms staat hij in een grote wei achter het huis, maar ik heb hem spijtig genoeg al enkele weken niet meer gespot. Mogelijk staat hij (tijdelijk) ergens anders te chillen en duikt hij binnenkort terug op in mijn gezichtsveld. Pixel is zelfs te vinden op Google Maps!

Met mijn GSM getrokken vanuit de trein:

Pixel 1 Pixel 2

Op Google Maps:

pixel 3 pixel 4

 

Uit de oude doos: “3 ergernissen van een pendelaar”

10/04/2014 § Een reactie plaatsen

Geschreven op 12 april 2012 (twee jaar geleden), maar nooit gepubliceerd:

 

3 ergernissen van een pendelaar

sinds een half jaar ben ik een (hard)werkende medemens. elke dag begeef ik mij op de fiets naar het centraal-station (ongeveer 2 minuten), waarna ik een hemeltergend saaie en uiterst onaangename drukke treinrit van 37 minuten moet doorstaan en ik ten slotte van brussel-noord naar mijn werk wandel (7 minuten).

de gemiddeld-opmerkzame lezer heeft wellicht uit de vorige paragraaf reeds afgeleid dat ik geen fan ben van pendelen. omdat het zeer ergerlijk is wanneer mensen een sterke mening uiten maar die niet verder onderbouwen, volgt nu een meer uitgebreide uiteenzetting over de negatieve punten van mijn dagelijkse pendeling (pendelement?).

1. de hel der pendelen beperkt zich niet alleen tot het treingebeuren sensu stricto. ook het station zelf bezorgt mij al menig frustratie: om te beginnen zijn de roltrappen in antwerpen-centraal (maar ook overal elders) behept met een verborgen gebrek (zie mij goochelen met rechtgeleerde terminologieën! straks ga ik nog hoofdletters gebruiken!). dit gebrek belet armzalige pendelaars ervan een hele roltraprit rustig te chillen: wanneer men immers op de roltrap stapt en men zijn hand/elleboog/arm steunt op de leuning, wordt men na verloop van tijd op diabolische wijze ge-tweeën-deeld omdat de leuning van de roltrap ongeveer dubbel zo snel rolt als de trappen. hoewel een goede stretch wel eens aangenaam kan zijn, apprecieer ik het niet dat dit mij tweemaal daags ongevraagd wordt opgedrongen. ik vind dit dan ook, ingenieur-technisch gezien, totaal onvergefelijk: wat is immers het nut van een leuning als men er niet efficiënt op kan leunen!?

2. de gemiddeld-opmerkzame en bovengemiddeld-betweterige lezer stelt zich nu ongetwijfeld de vraag: “waarom neemt sanne dan niet de lift in het centraal-station?”. wel, de lift nemen is evenzeer frustrerend. het is mij opgevallen dat, bij het opengaan van liftdeuren, sommige mensen kennelijk elk begrip van elementaire beleefdheid plotsklaps verliezen: zij beginnen te duwen, voor te steken, deuren te blokkeren en meer van dat egoïstisch apengedrag. als ik bij het willen uitstappen van de lift weer eens over een hordetraject van kinderwagens en aktetassen moet springen, kan ik serieus de mensheid en het pendelen vervloeken.

3. eens op het perron aangekomen, moet uiteraard nog de ergste ergernis van het pendelen komen: de vertragingen. er zal altijd wel een of andere reden voor zijn, maar deze zijn zo divers en onvoorspelbaar dat de autist in mij hier zeer ongemakkelijk van wordt. ik voelde mij dan ook genoodzaakt allerlei vergezochte en onrealistische theorieën te bedenken over de vertragingen bij de nmbs; zo is er de zo goed als waterdichte theorie dat de eerstvolgende trein naar antwerpen altijd vertraging heeft als ik de trein plan te nemen met mijn collega Axe. (zijn naam is Axel, maar de afkorting Axe. is wel veel cooler).

ndvr: Ik heb de laatste zin over Axel moeten vervolledigen, blijkbaar was de inspiratie destijds plotsklaps op, en er is dus ook geen logisch doch superspitsvondig einde.

tweede nvdr: Ik heb nog steeds dezelfde ergernissen als twee jaar geleden, maar heb ondertussen ook de theorie ontwikkeld dat ik grotere kans op treinvertraging heb als ik de trein wil nemen met mijn collega Annemi. (Annemie).

derde nvdr: binnenkort op deze blog: “nog-nader-te-bepalen-aantal pleziertjes van een pendelaar”!

Rayke: een eigenzinnige ode aan een eigenzinnige opa

11/04/2012 § 7 reacties

Het begon allemaal met een tandartsafspraak en hondenkak aan mijn schoenen. Dik tegen mijn goesting fietste ik die avond naar de tandarts en daar zette ik, zoals de vorige keer dat ik daar kwam, mijn fiets tegen een plaatselijke boom. Deze keer had echter ook een hond zich recentelijk tegen deze boom gezet… om een drol te draaien. Nietsvermoedend stapte ik met mijn dunne katoenen schoentjes in het perkje bij de boom en zodoende tevens in een grote, gore hondendrol. Ik poogde deze smerigheid van mijn schoenen te wrijven – gebruikmakend van de eerder vermelde plaatselijke boom – maar verspreidde het vuile goedje gewoon nog verder over mijn schoen, voet, been en broek.

Ik wilde echter niet te laat komen op mijn afspraak, omdat dit slechts de tweede keer was dat ik bij deze tandarts ging en ik uiteraard een goede indruk wilde maken. Ik betwijfel echter serieus of dit gelukt is, aangezien ik die afspraak heb aangevangen door een kwartier mijn schoenen, voeten en been te zitten wassen in zijn klein tandartslavaboke, mij uitgebreid excuserend, en ondertussen zowel tranen als een schaterlach onderdrukkend. Een kwartier bleek echter niet genoeg om de hondenkak van mij en mijn kleren te verwijderen en dus nam ik mij, nadat de tandartsafspraak achter de rug was, voor om zo snel mogelijk naar huis te fietsen. Ook dit plan faalde: toen ik mijn fiets van de boom wilde losmaken, merkte ik dat mijn ketting er af hing. Met hondenkak op mijn schoenen begon ik aan de twintig minuten durende tocht naar huis. Maar toen begon het te regenen. En toen stortte ik in.

Compleet teneergeslagen, volledig doorweekt en hevig snotterend, kon ik maar één iemand bedenken op ’t Zuid bij wie ik terecht kon met een kapotte fiets en hondekak op mijn schoenen: Rayke, mijn grootvader langs vaderskant. Enkele maanden eerder was hij van Aalst naar Antwerpen verhuisd, na een tiental jaar van weinig contact. Vóór het hondenkak-incident bleek het moeilijk om een nieuwe band met hem op te bouwen na zoveel jaren, zelfs nu hij zo dicht bij mij woonde. Maar de avond van de tandartsafspraak en de hondenkak aan mijn schoenen heeft het ijs serieus gebroken: die avond was zo beschamend, onnozel en tegelijk tragisch dat er sinds dan tussen Rayke en mij geen taboes of gène meer was. Hij had hondenkak van mijn schoenen gekuist en ik had geweend in zijn badkamer met mijn voeten in lauw water: in één avond hadden we ons zo hard als opa en kleindochter gedragen en had ik mij zo welkom en geliefd gevoeld, dat de gemiste jaren meteen vergeten waren.

Sinds die avond zag ik Rayke steeds regelmatiger en de laatste jaren gingen we elke week samen iets eten op ’t Zuid, patatten in de Funky Soul Potato of pizza in Da Vinci. We lachten met Tess Goossens in “Celebrity Shock” wanneer ze een paard probeerde te bestijgen maar haar broek te strak was. Hij lachte met mijn flaters op mondelinge examens en met de onnozeliteiten van mijn huisdieren. En ik lachte met Rayke zijn straffe stoten. Zoals die keer toen hij in Park Spoor Noord in een hangmat was gaan liggen maar er niet meer uitgeraakte, waardoor hij er uiteindelijk “subtiel” had moeten uitrollen. Of die keer dat hij te enthousiast aan het fietsen was en in een haag was beland waardoor hij allerlei wonden had op zijn gezicht en handen. Of toen hij een van zijn handschoenen kwijt was gespeeld bij een bankautomaat en later, nadat hij die terug was gaan zoeken, bleek dat hij onderweg naar die bankautomaat zijn andere handschoen ergens onvindbaar had kwijtgespeeld; als gevolg daarvan heeft hij maanden koppig rondgelopen met één handschoen en zijn andere hand steevast in zijn jaszak; elke keer als ik hem zo zag lopen moest ik mijn lach inhouden.

Maar we praatten ook over serieuze dingen. Over politiek, over religie, over unief. Rayke vertelde over zijn jeugd, de oorlog, over zijn eerste vrouw, over papa als kind en over mama als zijn rechterhand in zijn zaak destijds. We praatten zelfs over mijn liefdesleven en over Raykes recente amoureuze escapades.

Uiteraard waren er ook enkele ergernissen. Zo bleef Rayke elke week koppig opermkingen maken over mijn “gebrek aan etiquette”. Bijvoorbeeld: “Sanne, ge moet niet heel uw colaflesje in een keer in uw glas gieten! Ge gaat da toch nie allemaal in ene keer binnenkappen, neem ik aan? Ge moet een deel in uw colaflesje laten!”. Ik kon dan weer heel ongeduldig worden wanneer ik voor de duizendmiljoenste keer aan Rayke moest uitleggen hoe ge een chatbericht verzendt (namelijk op ENTER drukken). Mijn technologische skills werden overigens wel meer in twijfel getrokken door Rayke; volgens mij geloofde hij in zijn laatste dagen nog altijd niet dat hij én iets kon zien dat hij had opgenomen én tegelijkertijd iets kon opnemen op zijn dvd-speler met harde schijf.

Maar wat ik het meeste zal herinneren, is hoe lief en vrolijk Rayke was. Hij was een levensgenieter in hart en nieren, hij kon smakelijk eten en drinken maar nog smakelijker lachen met zichzelf, hij had een soms luxueus leven achter de rug, maar kon kinderlijk blij zijn met kleine dingen, hij was doodeerlijk en principieel, maar tegelijk ook supergevoelig en vol medeleven, hij was gastvrij, vrijgevig en vaak dolenthousiast.

Hij was de allerbeste opa ter wereld en wat ik het meeste mis, is zijn gilmlach als hij de garagepoort opendeed en mij zag staan met mijn fiets. Die gilmlach was er zelfs als ik daar stond met een kapotte fietsketting, helemaal doorweekt en met hondenkak aan mijn schoenen.

bloed geven doet overgeven

16/09/2011 § 9 reacties

onder de leuze “bloed geven doet leven” trok ik deze ochtend richting edegem om bloed af te staan in het bloedtransfusiecentrum antwerpen.

aangemoedigd door menslievendheid, en deels omdat ik als ambtenaar een dagje verlof krijg om te bekomen van al die menslievendheid, meldde ik mij na een misselijkmakende busrit aan bij het rode kruis in het centrum. een uiterst vriendelijke dame begroette mij en gaf mij uitgebreid uitleg, alsook een “dankubon” die ik kon sparen en uiteindelijk inwisselen tegen een cinematicket of iets dergelijks. verrast door deze financiële blijk van dankbaarheid en de vele mondelinge “danku’s”, nam ik met een goed gevoel plaats om de medische vragenlijst in te vullen. even later, terwijl ik mij aan het afvragen was of ik tussen 1980 en 1996 zes maanden of langer in groot-brittannië verbleef, kreeg ik een mooie pen en een broche toegestopt.

tegen dan begon ik mij al lichtelijk ongemakkelijk te voelen bij al deze erkenning van mijn “goedheid”, zeker aangezien ik de voorbije dagen voornamelijk gedacht had aan hoeveel kleren ik vandaag ging kopen en iets minder aan hoeveel mensenlevens ik ging redden.

na een bespreking met de dokter, mocht ik plaatsnemen in een comfortabele zetel en werd mij het hele proces gewillig toegelicht. ik ben al vaak beprikt en evenvaak gecomplimenteerd geweest met mijn goed prikbare aders, dus zenuwachtig was ik niet. totdat ik nog 10 keer een gemeende “dankuwel” te horen kreeg van de verpleegster en nog van een gratis cola mocht genieten.

tegen dan voelde ik mij zo beschaamd en ongemakkelijk bij al die dankbaarheid dat ik mijzelf voornam om vanaf dan enkel en alleen uit menslievende bedoelingen bloed te komen doneren en denoods die dag nog te gaan werken ook. door mijn herwonnen wil om de meest altruïstische donor ooit te zijn en aangemoedigd door het lichtje dat begon te flikkeren telkens er te weinig bloed door mijn aderen stroomde, kneep ik als een gek in de stressbal die ik gekregen had. ik moest en zou die zak vullen met het perfecte bloed!

nadat ik mijn taak had volbracht, werd ik beloond met een brede glimlach, nog twee danku’s én spiegeltje waarop “ik ben een held” staat geschreven. bovendien mocht ik nog nagenieten van een drankje, een koekje en een boekje om tot rust te komen. nog steeds gebogen onder een schaamte- en schuldgevoel, durfde ik maar één koekje te nemen en maakte ik mij snel uit de voeten.

ik nam de bus richting antwerpen, maar werd al gauw steeds zieker en zieker. ze hadden mij inderdaad gewaarschuwd voor een mogelijk misselijk en duizelig gevoel. bovendien lijd ik al heel mijn leven aan reisziekte en aangezien dit de laatste jaren steeds vaker leidt tot overgeven in mijn handen, spurtte ik bij de eerstvolgende halte de straat op. daar legde ik mij uit pure miserie neer op het dichtstbijzijnde bankje zoals een of andere marginale drugsverslaafde, en probeerde te bekomen van de extreme misselijkheid waarvan ik het slachtoffer was geworden. een halfuurtje, drie gepasseerde bussen en een touristil later begon ik mij wat beter te voelen en stapte ik met een bang hartje terug op bus 17. ik geraakte zonder verdere problemen thuis.

en hoewel ik het niemand aanraad om te kotsen op de bus na bloed geven, het helpt wel uw schaamtegevoel te sussen. want ik was misschien oorspronkelijk wel voornamelijk uit op een dagje verlof via bloed geven, ik heb er uiteindelijk wel een zware prijs voor betaald én alsnog mensenlevens gered.

plus: mijn spiegeltje zegt dat ik een held ben en spiegels liegen niet.

afscheid van een vriend

12/09/2011 § 3 reacties

acht jaar geleden zag ik je voor het eerst. je was klein, merkte ik op, alsof je in mijn broekzak zou passen, maar je toonde al snel je ware grootsheid en sinds dan kon ik je niet meer missen.

de eerste maanden werd je benaderd alsof je van glas was: met alle voorzichtigheid die ik kon opbrengen. want je was heilig, “my precious” (creepy gollum voice). toen je de eerste keer van mijn fiets viel, stond mijn hart even stil. maar na de zoveelste keer wist ik beter: je was unbreakable en kon meer aan dan ik ooit had durven denken. je verdroeg acht jaar lang mijn zotte fratsen, volgde mij als ik verloren liep, wiegde mij in slaap en klaagde nooit over mijn slechte smaak.

maar bovenal: je bracht muziek in mijn leven. dankzij jou ontdekte ik de gitaren in “evil” van interpol en leerde ik de fluisterstem van sufjan stevens beter kennen. samen luisterden we naar travis als het sneeuwde, naar death cab for cutie in de herfst, naar nada surf als ik in de lente naar de muziekschool fietste en naar the kooks als ik moest studeren voor mijn laatste examens van het middelbaar.

ook tijdens mijn universiteitsjaren was je een trouwe vriend. samen fietsten we doorheen het helse fietspaddoolhof dat de rooseveltplaats is, beleefden we mooie momenten langs de kaaien bij zonsondergang en zaten we geregeld samen op de bus naar edegem.

de overgang naar het leven van de werkende mens wist je eveneens te vergemakkelijken door mij op de trein naar brussel te vergezellen. het is datzelfde werk dat mij er echter toe brengt nu afscheid van je te moeten nemen.

ik ben je dankbaar, creative muvo tx mp3-speler, maar het is tijd om ons hoofdstuk af te ronden. ik ga een nieuwe relatie aan met een mp3-speler die mij toelaat om naar meer dan 17 verschillende liedjes te luisteren op mijn dagelijkse commute.

maar, liefste vriend, onthoud dit: je kleine geheugen van 256 MB is misschien niet meer van deze tijd, maar onze vriendschap is voor eeuwig.

uit de oude doos: sannes nieuwjaarshorrorsaga (januari 2011)

04/09/2011 § 4 reacties

(geschreven begin januari 2011, op facebook)

Het jaar 2011 kon voor Sanne niet slechter beginnen. Een klein overzichtje van Sannes avonturen de eerste dagen van het nieuwe (kut)jaar!

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 1): na een eerste slapeloze nacht zit Sanne op oudejaarsavond met zoveel tandpijn dat ze noch eten noch drinken kan; pijnstillers helpen uiteraard niet (uiteraard) en haar tandarts pakt zijn telefoon niet op (waarschijnlijk oudjaar aan het vieren zoals elke tandpijnloze medemens).

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 2): na een tweede slapeloze nacht weet Sanne zich te strompelen naar de tandarts van wacht in een mysterieus land hier heel ver vandaan (Linkeroever); aldaar krijgt ze te horen dat het een abces the size of Rusland betreft en ze de pijn moet uitzitten tot de antibiotica begint te werken; Sanne overweegt even eender welke pijnstillende drugs te gaan kopen op De Coninckplein, maar beslist uiteindelijk dan toch tevergeefs gebruik te maken van de legale soort.

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 3): na een derde slapeloze nacht begaf Sanne onder de ononderbroken en verschrikkelijke pijn en vertrok ze paniekerig naar de spoeddienst van het ziekenhuis (eerst probeerde ze te liften, wat uiteraard niet lukte, uiteraard, het mag haar toch niet meezitten zeker!, en dus pakte ze de tram); eens daar aangekomen probeerden de arts en de verpleegster zich te behelpen met sterkere pijnstillers en een infuus alvorens Sanne naar huis te sturen met de conclusie “tandpijn is echt de ergste pijn die er bestaat en pijnstillers helpen er soms niet tegen”; eens thuisgekomen heeft Sanne een zeer lang namiddagdutje gedaan (plat van de pijnstillers, ongetwijfeld); die avond ging ze relatief pijnloos slapen met een ietwat gezwollen lip.

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 4): na een eerste nacht vol goede nachtrust stond Sanne op met zo een opgezwollen rechterkant van haar gezicht dat haar kat haar bijna niet herkende; bij het aanschouwen van deze spontane misvorming in de spiegel moest Sanne lachen, zowaar voor het eerst in vier dagen, en het kon haar niet eens schelen dat ze eruitzag zoals Quasimodo; ze had geen “ergste pijn die er bestaat” meer, haar abces was immers gesprongen en had zich uitgebreid naar de rest van haar gezicht waardoor de zenuw niet meer zo onder druk stond; life was good!; bovendien kon Sanne die ochtend eindelijk haar tandarts bellen en mag ze morgen op afspraak.

tandpijn

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 5): na een tweede nacht vol goede nachtrust stond Sanne op met een nog meer gezwollen oog; ondanks het feit dat dit een zeer ongemakkelijk gevoel geeft en de afvoering van het ontstekingsvocht voornamelijk gebeurt door middel van een onaangename lopende neus en vieze keelslijmen, staat dit Sanne wel toe om eindelijk enkele prangende levensvragen beantwoord te zien: (1) hoe zou Sanne eruitzien als ze 10 kilo bijkwam in haar gezicht?, (2) hoe zou Sanne eruitzien als ze Aziatisch was?, (3) hoe is het om halfblind te zijn?, (4) hoe is het om een hamster te zijn?; deze levensvragen dienen naar haar eigen bescheiden mening allen beantwoord te worden met “niet zo goed”, maar oordeel vooral zelf!; de tandartsafspraak bracht weinig op want Sanne moet eerst nog een week antibiotica pakken om de ontsteking the size of Russia de kop in te drukken.

tandpijn2

Wordt hopelijk niet vervolgd!

Waar ben ik?

Je bekijkt artikelen getagd met antwerpen voor "Capriolen" - de alledaagse belevenissen van Sanne.