3 pleziertjes van een pendelaar

12/04/2014 § 3 reacties

Eerder op deze blog: “3 ergernissen van een pendelaar”.

Nu op deze blog: “3 pleziertjes van een pendelaar”.

Waarna u een weloverwogen mening kan vormen om deze onnozele poll in te vullen:

 

3 pleziertjes van een pendelaar

Hoewel ik niet bepaald bekend sta om mijn genuanceerde uitspraken (er is geen woord dat ik schuw!), wil ik op deze blog liever niet de cynische zak uithangen. Om die reden kon een positief vervolg op voorgaande rant over mijn pendeling/perndelement niet ontbreken. Bij deze: 3 stiekeme pleziertjes van een pendelaar.

1. Aangezien ik niet bedeeld ben met een enigszins ontwikkelde fijne motoriek (elke dag kap ik per ongeluk cola naast mijn mond; dan voel ik plots een plakkerige vloeistof in mijn decolleté; smerige boel en zeer awkward), verkeer ik in de onmogelijkheid een papieren krant te lezen. Dat ding manoeuvreren is onbegonnen werk en hoe dan ook beginnen mijn armen na een tijdje ook wel pijn te doen (best zware lectuur, zo’n krant). Ik lees mijn nieuws dan ook online, de hele dag door, beginnend van tijdens mijn ontbijt op de iPad, over op mijn bureau op de desktop, tot ’s avonds op de zetel. En toch, tóch, kan ik het niet laten om mee te lezen als er naast mij op de trein iemand zit die de Metro aan’t bekijken is. Ik begin innerlijk al te trappelen als er naast mij iemand komt zitten die eruitziet alsof hij wel nieuws-gierig is en word helemaal wild als hij op zijn iPad deStandaard begint te lezen. Ik gluur zo schaamteloos mee over die persoon zijn schouder dat ik soms merk dat ze de bladzijde niet durven omdraaien aangezien ik nog niet klaar ben met lezen. I approve of this. Een enkele keer was mijn gratis meegloeren zo overduidelijk, dat de man -wiens Metro ik met mijn ogen aan het begeren was zoals de Zoo de panda’s van Pairi Daiza begeert- mij zijn krant aanbood toen hij ging uitstappen in Mechelen. Ik heb het aanbod uit beleefdheid aanvaard, maar, laten we eerlijk zijn, die krant interesseert mij geen kak meer en verwordt tot een papieren informatievod eens ik er uitdrukkelijke toestemming en vrije toegang toe heb.

2. Naast de creepy krantengluurder/leecher in mij, komt ook de autist in mij goed aan zijn trekken tijdens mijn dagelijks pendelement. Ik probeer ’s ochtends steevast op dezelfde trein, in dezelfde wagon en op dezelfde plaats te gaan zitten en merk dat ook andere pendelaars zich hardnekkig aan hun vast plekje houden. Zo heb ik in de voorbije drie jaar verschillende mensen leren kennen die ik probleemloos kan situeren in de laatste wagon van de trein van 8u17 in Centraal: jongen met plooifiets die op Jejoen Bontinck lijkt, donkerharige man met bril en iPad, Franstalige 50-jarige vrouw met bril, man die altijd de zonnewering half naar beneden doet om er tegen te slapen, twee blonde meisjes waarvan een altijd haar make-up doet op de trein, man die op Kirk uit “Gilmore Girls” trekt, meisje met fleurige kleedjes, man met Harry Potter-achtige bril die in Berchem opstapt en pas 10 minuten later gaat zitten, meisje dat het parfum “Angel” van Thierry Mugler draagt, jongen met O’Neill-rugzak, etc. Slechts een kleine selectie van personen die ik ’s ochtends op de trein tegenkom. Met geen een van hen heb ik ooit een gesprek gehad dat verdergaat dan “Is die plaats bezet?” of “Ja, ge moogt een bik lenen om uw Go-Pass in te vullen”, maar toch ben ik tamelijk gehecht aan deze vaste gezichten. Ze zitten, zoals men zegt, in mijn Monkeysphere. Dat pendelen goed kan zijn voor networking, wist ik al langer. Zo treint de Antwerpse delegatie van mijn werk -zowel rechters, als attachés, als mensen van de juridische dienst, als coördinatoren- regelmatig samen, wat tot menig niet-jobgerelateerd gesprek én een succesvol quizteam (“Spoor 11”) heeft geleid. Ook mijn vriendschap met I.V.d.B. (“Papzak”) -toen we nog beide in “den 2060” woonden, met slechts het Atheneum dat onze appartementen van elkaar scheidde- heeft veel baat gehad bij het pendelen. We hebben maandenlang ’s ochtends samen de trein genomen, waardoor ik bij bovengenoemde medereizigers ongetwijfeld in hun Monkeysphere zit als “meisje dat vroeger op de trein zat met Papzak, waarmee zij schaamteloos praatte over hun seksleven, over drolletjes-naast-de-kattenbak van een zekere Romulus, over N-VA, over schriftelijke procedures, over raam- en dakisolatie, over avonturen van een doof konijn genaamd Bobke, over verhuizen en over prikklokken”. Of als “creepy krantengluurder/leecher” en “raar mens dat foto’s trekt van kleine zwarte paardjes” (zie onder), dat kan ook.

3. Wat de autist in mij ook zeer pleziert, is het vaste stramien van huisjes-tuintjes-boompjes dat passeert langs het raam op mijn vaste plaats in de trein. Als een kritische werfleider volg ik alle werken op die zich bevinden langs de sporen Antwerpen-Brussel. Zo is er de nieuwe fietsenstalling bij het station van Hove, de “fietsostrade” die tot Mechelen werd aangelegd en die ik elke week een beetje verder zag reiken, de gigantische werf bij Mechelen-station waar ze precies twee voetbalstadions gaan installeren (zo gigantisch is het) en de nieuwe autoparking bij Schaarbeek. Ook als dierenvriend kan ik mijn hart ophalen tijdens het pendelen: ik zie honden die worden uitgelaten, paarden die aan jumping doen, er zijn sinds een week babyschaapjes geboren in een wei, er passeert een hondenschool, en ik zie ’s ochtends vaak een man eten geven aan alle vogels in de buurt en, als hij nog niet geweest is als mijn trein passeert, zwermen de vogels ongeduldig boven zijn tuin. Maar het meest kijk ik uit naar Pixel, een klein zwart paardje dat ik die naam gaf omdat er ergens op een brug “pixel” ge-graffiti-d staat. Pixel staat bij een klein lief huisje, vlak na het station Sint-Katelijne-Waver en is megaschattig. Soms staat hij in een grote wei achter het huis, maar ik heb hem spijtig genoeg al enkele weken niet meer gespot. Mogelijk staat hij (tijdelijk) ergens anders te chillen en duikt hij binnenkort terug op in mijn gezichtsveld. Pixel is zelfs te vinden op Google Maps!

Met mijn GSM getrokken vanuit de trein:

Pixel 1 Pixel 2

Op Google Maps:

pixel 3 pixel 4

 

Advertenties

Uit de oude doos: “3 ergernissen van een pendelaar”

10/04/2014 § Een reactie plaatsen

Geschreven op 12 april 2012 (twee jaar geleden), maar nooit gepubliceerd:

 

3 ergernissen van een pendelaar

sinds een half jaar ben ik een (hard)werkende medemens. elke dag begeef ik mij op de fiets naar het centraal-station (ongeveer 2 minuten), waarna ik een hemeltergend saaie en uiterst onaangename drukke treinrit van 37 minuten moet doorstaan en ik ten slotte van brussel-noord naar mijn werk wandel (7 minuten).

de gemiddeld-opmerkzame lezer heeft wellicht uit de vorige paragraaf reeds afgeleid dat ik geen fan ben van pendelen. omdat het zeer ergerlijk is wanneer mensen een sterke mening uiten maar die niet verder onderbouwen, volgt nu een meer uitgebreide uiteenzetting over de negatieve punten van mijn dagelijkse pendeling (pendelement?).

1. de hel der pendelen beperkt zich niet alleen tot het treingebeuren sensu stricto. ook het station zelf bezorgt mij al menig frustratie: om te beginnen zijn de roltrappen in antwerpen-centraal (maar ook overal elders) behept met een verborgen gebrek (zie mij goochelen met rechtgeleerde terminologieën! straks ga ik nog hoofdletters gebruiken!). dit gebrek belet armzalige pendelaars ervan een hele roltraprit rustig te chillen: wanneer men immers op de roltrap stapt en men zijn hand/elleboog/arm steunt op de leuning, wordt men na verloop van tijd op diabolische wijze ge-tweeën-deeld omdat de leuning van de roltrap ongeveer dubbel zo snel rolt als de trappen. hoewel een goede stretch wel eens aangenaam kan zijn, apprecieer ik het niet dat dit mij tweemaal daags ongevraagd wordt opgedrongen. ik vind dit dan ook, ingenieur-technisch gezien, totaal onvergefelijk: wat is immers het nut van een leuning als men er niet efficiënt op kan leunen!?

2. de gemiddeld-opmerkzame en bovengemiddeld-betweterige lezer stelt zich nu ongetwijfeld de vraag: “waarom neemt sanne dan niet de lift in het centraal-station?”. wel, de lift nemen is evenzeer frustrerend. het is mij opgevallen dat, bij het opengaan van liftdeuren, sommige mensen kennelijk elk begrip van elementaire beleefdheid plotsklaps verliezen: zij beginnen te duwen, voor te steken, deuren te blokkeren en meer van dat egoïstisch apengedrag. als ik bij het willen uitstappen van de lift weer eens over een hordetraject van kinderwagens en aktetassen moet springen, kan ik serieus de mensheid en het pendelen vervloeken.

3. eens op het perron aangekomen, moet uiteraard nog de ergste ergernis van het pendelen komen: de vertragingen. er zal altijd wel een of andere reden voor zijn, maar deze zijn zo divers en onvoorspelbaar dat de autist in mij hier zeer ongemakkelijk van wordt. ik voelde mij dan ook genoodzaakt allerlei vergezochte en onrealistische theorieën te bedenken over de vertragingen bij de nmbs; zo is er de zo goed als waterdichte theorie dat de eerstvolgende trein naar antwerpen altijd vertraging heeft als ik de trein plan te nemen met mijn collega Axe. (zijn naam is Axel, maar de afkorting Axe. is wel veel cooler).

ndvr: Ik heb de laatste zin over Axel moeten vervolledigen, blijkbaar was de inspiratie destijds plotsklaps op, en er is dus ook geen logisch doch superspitsvondig einde.

tweede nvdr: Ik heb nog steeds dezelfde ergernissen als twee jaar geleden, maar heb ondertussen ook de theorie ontwikkeld dat ik grotere kans op treinvertraging heb als ik de trein wil nemen met mijn collega Annemi. (Annemie).

derde nvdr: binnenkort op deze blog: “nog-nader-te-bepalen-aantal pleziertjes van een pendelaar”!

liefdadigheid (deel 2): charity fail

13/11/2011 § 2 reacties

ONLANGS OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 1). over hoe sanne het slachtoffer werd van liefdadigheid, en haar smoske kaas hierdoor vergezeld werd van een sausje schuldgevoel.

NU OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 2). over hoe sanne ook eens een poging deed tot liefdadigheid in brussel, maar dit eindigde in een pijnlijke afgang.

geïnspireerd door mijn “liefdadigheidssmoske”-belevenis, begon ik na te denken over de laatste keer dat ik nog eens iets uit pure barmhartigheid gedaan had. nu niet om mijzelf te bestoefen, maar ik moest niet eens zo lang terugdenken: niet lang voor de gulle gever mijn pad kruiste, had ook ik gepoogd mijn hand uit te steken naar de minderbedeelden onder ons.

reeds enkele weken werd ik dagelijks geconfronteerd met de dakloze asielzoekers en illegalen aan het brusselse noordstation. mijn dagelijks job bestaat uit het juridisch beoordelen van asielaanvragen, dus deze mensen in zulke slechte omstandigheden zien leven liet mij niet ongedeerd. bovendien was het moeilijk om de schrijnende situatie te negeren aangezien de asielzoekers en illegalen er dagelijks hun kleine kinderen op uit stuurden om te bedelen bij de pendelaars. mijn hart brak dan ook elke keer ik deze kinderen passeerde zonder hen iets te geven. de grootste honger die ik al heb gehad was die tussen het middageten om 12u en mijn eerste princekoek om 15u, dus ik kon mij alleen maar inbeelden hoeveel honger zij wel niet moesten hebben.

op een middag, toen ik terugkeerde van mijn werk en wandelde naar het station, kwamen er weer dezelfde drie jongetjes met open handen en verdrietig gezichtje op mij af. het toeval wou nu net dat ik die namiddag recup had genomen en mijn sandwiches voor die middag niet had opgegeten.

enthousiast als ik was dat ik deze kinderen kon helpen, bood ik de eerste jongen een sandwich aan. het kereltje (ongeveer 8 jaar oud) keek mij verbaasd aan; “hij zal niet gedacht hebben dat ik hem iets zou geven of hij heeft misschien nog nooit een sandwich gezien”, dacht ik bij mezelf. ik vond het al een beetje vreemd dat de andere kinderen niet op mij afspurtten als hongerige wolven; “ze zullen mij niet gezien hebben of ze zijn verlegen”, dacht ik bij mezelf. ik ging dan maar naar het tweede kindje en gaf hem ook een sandwich. ook zijn reactie was niet wat ik verwacht had: een glimlach of danku kon er niet van af; “hij zal zodanig uitgehongerd zijn”, dacht ik bij mezelf. het derde kindje, amper 5 jaar ofzo, stond mij verdwaasd aan te kijken. ik nam nog een sandwich uit mijn handtas en bood hem deze aan. het jongetje schudde met zijn hoofd en trok een gezicht alsof ik net een rotte vis had bovengehaald.

danig geshockeerd door deze uiterst eigenaardige reactie, wandelde ik verder. 2 meter later had ik echter weer vanalles gedacht bij mezelf (lees: gefantaseerd) en keerde ik terug om het laatste kindje alsnog een sandwich aan te bieden. opnieuw dacht ik – naieverwijze –  dat hij tot zijn zinnen zou komen en met tranen in zijn ogen de sandwich zou aanpakken. in plaats daarvan nam het kind in kwestie een houding aan die ik niet beter kan beschrijven dan met de woorden “bitch, please” (zoals hier of hier of hier of hier).

gedesillusioneerd droop ik af, schuddend met mijn hoofd en denkend bij mezelf “major charity fail!”.

(BINNENKORT OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 3). over hoe sanne nog eens een poging deed tot liefdadigheid, maar er in casu getwijfeld werd aan haar goede bedoelingen.)

liefdadigheid (deel 1): “soms doe ik zotte dingen”

05/11/2011 § 6 reacties

om de een of andere reden ben ik altijd gehaast. zelfs wanneer ik nergens naartoe moet, probeer ik koste wat het kost een maximale tijdsefficiëntie te bereiken. dit was enkele weken geleden niet anders toen ik ’s middags van mijn werk naar huis vertrok (wegens “recup”, een zoveelste zaligheid van het ambtenaar-zijn).

bijna zwetend kwam ik het noordstation in brussel binnengestrompeld, alleen om te merken dat ik nog een 20 minuten had om de trein richting antwerpen te halen. desalniettemin nog steeds extreem gehaast, begaf ik mij dan maar naar de panos om een broodje te kopen. eens daar aangekomen bestelde ik mijn “usual” (“een smos kaas op een wit broodje zonder tomaten met worteltjes alstublieft”). de verkoopster begon prompt mijn broodje te besmeren met mayonaise, waarop ik in mijn portefeuille tastte om geld te nemen. toen kwam ik echter tot het besef dat ik geen cash geld had, waarop ik paniekerig naar een bancontact-bakje zocht op de toog. tevergeefs. ik vraag of ik met bancontact kan betalen, ook al ken ik het antwoord al, en de verkoopster antwoordt in gebrekkig nederlands van niet, “wel proton” zegt ze.

deels gefrustreerd door het gebrek aan moderne technologie en deels nog steeds om geen enkele reden gehaast, begin ik tegen te pruttelen en vraag ik of ik niet met bancontact mag betalen als ik 10 cent ofzo meer betaal. dit ging de verkoopster haar nederlands te boven en er werd een tweede verkoopster geroepen. tegen dat die verkoopster mij een negatief antwoord gaf en mij vervolgens een bankautomaat in het station had aangwezen, bereikte mijn nodeloze gehaastheid een hoogtepunt.

geplaagd door mijn irrationeel gevoel van “ik ga te laat zijn” wist ik dan ook niet zeker of ik nog geld kon gaan afhalen, mijn broodje kon betalen en alsnog mijn trein zou halen. de paniek was ongetwijfeld op mijn gezicht te lezen, waarop een wildvreemde medemens mij een briefje van 5 euro toestopte. beleefd opgevoed als ik ben, probeerde ik deze spontane blijk van menslievendheid uiteraard te weigeren: “nee dat hoeft niet hoor! ik zal wel geld gaan afhalen! dat is echt niet nodig zenne!” etc. de man in kwestie nam het briefje echter niet terug aan en terwijl hij vastberaden uit de panos wandelde, riep hij mij breed glimlachend toe: “soms doe ik zotte dingen!”.

nadat ik enkele minuten verbouwereerd had staan wezen, maande de verkoopster mij opnieuw aan om mijn broodje te betalen. ik gaf haar dan maar mijn liefdadighiedsbriefje van 5 euro.

naast “een smos kaas op een wit broodje zonder tomaten met worteltjes” had de gulle gever mij echter ook een schaamtegevoel opgeleverd: die meneer moet immers ongetwijfeld gedacht hebben dat ik op het punt stond mijn trein naar australië te missen (die maar één keer per maand rijdt) om nog op tijd te kunnen zijn voor de begrafenis van mijn grootmoeder ofzo. en dat terwijl ik in feite nog 10 minuten over had om mijn trein te halen, gewoon naar antwerpen onderweg was alwaar ik thuis gewoon “the sims” zou gaan spelen, en waar ongeveer 8989899898 treinen per kwartier naartoe rijden.

om die meneer geen spijt te doen hebben van zijn liefdadigheid – en om de schaamte van mij af te lopen – spurtte ik dan maar door de gang om te doen alsof ik superdringend mijn trein moest halen. eens op spoor 11 aangekomen, was er uiteraard nog geen trein, en poogde ik mij dan maar te verstoppen zodat mijn barmhartige samaritaan mij niet rustig zou zien staan wachten op mijn trein, smikkelend van mijn gratis smoske.

en zo gebeurde het dat ik op een zonnige oktobermiddag ergens bij spoor 11 gehurkt op een bankje en gebukt onder een schaamtegevoel een smos kaas aan het eten was.

(BINNENKORT OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 2). over hoe sanne ook eens een poging deed tot liefdadigheid in brussel, maar dit eindigde in een pijnlijke afgang.)

Waar ben ik?

Je bekijkt artikelen getagd met brussel voor "Capriolen" - de alledaagse belevenissen van Sanne.