Operatie 2.0: de revalidatie

11/08/2014 § 2 reacties

“Have the operation”, they said, “It will be fun”, they said.

“Stay home for three weeks in a wheelchair” they said, “It will be like a vacation”, they said.

Na mijn tweede knieoperatie kreeg ik van chirurg Leren Vest Zomerse Blazer drie weken steunverbod, zodat het geopereerde kraakbeen in mijn knie kon genezen. Hij had mij op voorhand wel enigszins gewaarschuwd dat dit geen pretje ging zijn, maar ik had dit uiteraard (uiteraard) niet te serieus genomen.

Ik dacht er het mijne van. Ik had een rolstoel uitgeleend bij OZ, enkele Dr. Oetker pizza’s gekocht en een audioboek gedownload: ik was klaar voor mijn drie weken thuiszitten! Ik beeldde mij in dat ik drie weken thuis ging zitten chillaxen, gezellig bij de huisdiertjes, met eten bij de hand, liters Pepsi Max om binnen te gieten, met tijd om boeken te lezen, ja, zelfs tijd om boeken te schrijven! Ik zou vanalles kunnen doen dat ik al maanden uitstel: mijn belastingen invullen, e-mails beantwoorden, allerlei epische blogposts schrijven, zwart-wit documentaires over de Tweede Wereldoorlog zien, etc…

De realiteit bleek pijnlijk anders: ik moest drie weken lang in een godverdomse rolstoel zitten, waardoor mijn gat altijd extreem begon te zweten, aangezien het buiten een gezellige 25° was; tweemaal daags moest ik Tresor-cornflakes eten omdat ik geen vers brood kon gaan kopen; er moesten constant loodgieters langskomen voor een lek te repareren die uiteindelijk niet eens bij mij bleek te zitten (na het vierde en vijfde loodgieterbezoek verkondigde ik tegen iedereen die het horen wou “dat ik wel betere dingen te doen had”, waarna ik dan telkens besefte dat ik helemaal niks te doen had); ik moest een gehandicaptentaxi bestellen om naar de dierenarts te kunnen gaan met mijn konijn; ik botste elke dag met mijn voeten, knieën en ellebogen tegen elke mogelijke muur en kast, gezien ik niet bepaald een begenadigde rolstoelchauffeur ben; ik moest elke avond diepvriesmaaltijden eten want ik kon niet rechtstaan om te koken; ik moest wachten op bezoek om nog eens met mijn zwetend gat buiten mijn appartement te komen.

Al deze factoren zorgden ervoor dat ik niet bepaald zin had om boeken te lezen, boeken te schrijven, mijn belastingen in te vullen, e-mails te beantwoorden, zwart-wit documentaires over de Tweede Wereldoorlog zien, noch om allerlei epische blogposts te schrijven. In de plaats daarvan lag ik eigenlijk de hele tijd met mijn zwetend gat in bed naar YouTube te kijken samen met mijn kat.

Onderstaand filmpje geeft een waarachtig beeld van mijn revalidatie een doorprikt het “it will be fun”-denken dat sommigen onder u misschien ook koesterden. Blijf zeker kijken tot het einde want vanaf Dag 14 is het DOTA2-kampioenschap “The International 2014” afgelopen en komt u te weten welke doldwaze bezigheid ik daarna heb moeten bedrijven (meer “Dr. Phil”? misschien toch een boek lezen? spannend!).

Ten slotte anticipeer ik alvast op enkele vragen naar aanleiding van de bovenstaande meeslepende vertelling van mijn revalidatie:

  1. Hoe gaat het met zieke Yoko?
    Mijn konijn Yoko heeft drie weken medicatie gekregen en is er ondertussen helemaal bovenop, ze is terug haar vrolijke ondeugende zelf! Bobke was ook blij zijn vrouwtje terug te hebben, want anders moest hij zichzelf wassen.
  2. Naar aanleiding van de “Dr. Phil”-aflevering “Teen Mama Drama” die ik gezien heb: Did She Get Pregnant to Be on TV?
    Ja! Die vortige slet was nog maar 18 jaar en al zwanger en ze had dat keihard gedaan omdat ze altijd naar “Teen mom” keek op MTV! Tsssss!
  3. Naar aanleiding van de “Dr. Phil”-aflevering “My Husband, Pablo, and His Other Women” die ik gezien heb: hoeveel vrouwen had Pablo wel niet!?
    Pablo de vuile manhoer bedroog zijn vrouw met zeker drie minnaressen! Maar zijn vrouw had het uiteindelijk door en had samen met minnares nummer 3 een verzonnen dating profiel gemaakt en zo Pablo in de val gelokt want Pablo wou ook wel eens seksen met dat vals dating profiel, de leugenachtige sletterige slet!

 

Advertenties

Volwassen zijn

01/04/2012 § 3 reacties

Ik besef dat ik niet bepaald “serieus” ben. Ik praat tegen mijn huisdieren in hoge stemmetjes en noem hen dingen als “Bobling Schmobling Burritoface” en “Kali Schmali McPotatohead”, ik kijk dagelijks naar “Komen Eten” en jaarlijks naar het Eurovisiesongfestivl en ik was jarenlang verslaafd aan Princekoeken. Niet bepaald uitermate volwassen gedrag. Zo sta ik op mijn werk bekend om de ongepaste en politiek incorrecte opmerkingen die ik per ongeluk maak, om mijn passie voor puree en andere manifestaties van goddelijkheid die “de patat” wordt genoemd en om mijn seksverslaafd konijn dat zijn snackbal te pas en te onpas enthousiast aanrandt.

Persoonlijk heb ik er geen probleem mee dat ik eerder “silly” dan “serieus” ben; hierdoor kan ik lachen met mijzelf en heb ik tenminste genoeg stommiteiten om over te schrijven op deze blog. Ik omring mijzelf bovendien ook met mensen die zelf eerder onnozel zijn; ik kan niet lachen met mensen die zichzelf te serieus nemen en ik kan ook geen grappige blogposten schrijven over mensen die zich altijd volwassen gedragen.

Mijn “better half” Jeroen neemt zichzelf gelukkig niet te serieus. Zo gingen we deze week naar de bank voor de lening voor de koop van ons appartement te finaliseren. Toch een vrij volwassen daad die ik daardoor reeds uitgebreid had compenseerd met extreem onnozel gedrag. Dit had echter al enkele keren gezorgd voor ongemakkelijke momenten tijdens onze huizenjacht en tijdens onze andere “serieuze” afspraken. Dus voor we de Boerentoren binnenstapten, vertelde ik aan Jeroen hoe ik mijn “serious face” geoefend had en dat ik mijn best ging doen om deze keer geen flauwe opmerkingen te maken tijdens ons onderhoud met de KBC-persoon. Het feit dat ik dit demonstreerde door eerst een debiel gezicht te trekken, dan met mijn hand van boven naar beneden over mijn gezicht te gaan en vervolgens te eindigen met wat een “serious face” moest voorstellen, maakte het waarschijnlijk wel ongeloofwaardiger dat ik mij serieus ging houden. Ik voegde er nog aan toe dat ik het wel lastig vond om mij zo geforceerd “volwassen” te gedragen, waarop Jeroen antwoordde dat hij het soms wel tof vond om – bijvoorbeeld in vergaderingen of tijdens discussies – serieus en streng te zijn. Even dacht ik dat Jeroen een afvallige was geworden die zich plotsklaps een serieus imago ging aanmeten, waarmee ik niet meer met moppen over gehandicapten zou mogen lachen en die niet meer naar “Superfans” zou willen kijken. Toen hij er echter meteen bij zei dat hij dat “cool vond” omdat hij dan precies “undercover was”, wist ik dat ik mij niet vergist had toen ik Jeroen uitkoos als partner.

Nadat de lening “in de sacoche” was, konden we het compromis gaan tekenen bij de notaris. Ook hier had ik mijzelf voorgenomen om mij zo serieus en volwassen mogelijk voor te doen, kwestie van uit te stralen dat ik te vertrouwen ben  (wat ik overigens 100% ben, ondanks mijn onnozeliteiten). Alles ging goed (ik stelde zelfs enkele goede vragen) totdat de notaris mij vroeg om een “paraaf” te zetten op elke pagina. Ik panikeerde meteen want ik heb – naast een compleet belachelijke handtekening – totaal GEEN PARAAF. Uiteraard, zoals een volwassen serieus te nemen persoon betaamt, zorgde ik ervoor dat de innerlijke paniek niet op mijn gezicht te lezen was en poogde ik ter plekke een paraaf uit mijn duim te zuigen. Eerst leek ik iedereen succesvol misleid te hebben, waardoor ik zeer tevreden was met mijzelf. Dat ik eerst niet begrepen had waar ik mijn paraaf moest zetten en de notaris zei “Da’s niet erg, daar beneden is ook goed”, kon iedereen nog begrijpen. Dat ik na enkele pagina’s een compleet rare en uit de toon springende krabbel zette en luid “Oeps! Mislukt!” uitriep, ging echter iets minder onopgemerkt voorbij. De notaris probeerde de totaal ongemakkelijke situatie te ontmijnen en zei “U bent precies zenuwachtig!”. Dankbaar voor deze way out, bevestigde ik dat ik zeer nerveus was en zei ik er domweg bij: “Ik heb nog nooit zo’n belangrijk papier getekend! [Awkward pause waarin ik mij realiseerde dat deze opmerking niet bepaald volwassenheid uitstraalt] Behalve mijn arbeidscontract natuurlijk!”. Hiervoor wist ook de notaris geen reddingsactie te bedenken en iedereen aan de tafel probeerde gewoon te doen alsof ik dat niet gezegd had. (Een tactiek die overigens zeer vaak wordt toegepast wanneer ik per ongeluk een ongepaste opmerking maak.)

Eens thuisgekomen en bekomen van mijn uitstap in de volwassen wereld, trok ik mijn chill pants aan, keek ik een aflevering van DrPhil met Kali Schmali McPotatohead naast mij op de zetel, bedacht ik wat groffe moppen over gehandicapten, lachte ik met Bobke die zijn snackbal wild besprong, en besloot ik vanaf nu mijn blog met hoofdletters te schrijven. Kwestie van wat serieuzer over te komen.

liefdadigheid (deel 3): tweede charity fail

11/12/2011 § 4 reacties

LANG GELEDEN OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 1). over hoe sanne het slachtoffer werd van liefdadigheid, en haar smoske kaas hierdoor vergezeld werd van een sausje schuldgevoel.

EEN MAAND GELEDEN OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 2). over hoe sanne ook eens een poging deed tot liefdadigheid in brussel, maar dit eindigde in een pijnlijke afgang.

NU OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 3). over hoe sanne nog eens een poging deed tot liefdadigheid, maar er in casu getwijfeld werd aan haar goede bedoelingen.

mijn kat is volslank. sommige mensen – *kuch* jeroen *kuch – vinden dat ik de waarheid niet moet verbloemen en noemen kali sinds enkele maanden smalend “chubby mc chubberson”.wat er ook van zij, kali moest van de dierenarts op dieet. sindsdien krijgt ze dieetvoedsel en verstop ik haar eten in dozen en speelgoedjes, om haar te laten “werken” voor haar brokjes. om die reden trok ik op een novemberse zaterdag naar de dierenwinkel (een soort candyshop voor mij, een winkel die ik niet kan verlaten zonder er aan 20 euro dierenspeelgoedjes te hebben gekocht, iets waar bovengenoemde harteloze kattenbelediger zot van wordt).

deze keer wilde ik voor mijn kat een grote snackbal kopen; hierin zou ik dan haar dagelijkse portie droge brokken stoppen. na het uitkiezen van de grootste snackbal voor honden, het uiten van vele “oohs” en “aahs” en het stiekem aaien van de konijntjes en hamsters die er verkocht worden, begaf ik mij naar de kassa. tot mijn verbazing werd er mij een grote zak hondenvoedsel aangeboden. gratis! (dit in tegenstelling tot het plastiek zakje dat nodig was om de grote zak hondenbrokken te kunnen dragen, waar ik dan wel een absurde 10 cent voor moest betalen). waanzinnig enthousiast als ik was over de free goodies, besefte ik pas tijdens het fietsen dat ik helemaal geen hond had en ik voor deze zware hondenetenzak werkelijk geen enkele bestemming kon bedenken.

dit todat ik mijn appartement naderde en het wassalon in mijn ooghoek zag. enkele weken daarvoorwas ik daar namelijk dik tegen mijn goesting de was aan het doen, zoals elke week, en kwam ik daar mijn buurvrouw tegen. ons gebouw – gelegen bij de ietwat louche rooseveltplaats – wordt voornamelijk bevolkt door indiërs, maar huist ook twee oude vrouwelijke sinjoren. elk zijn zij een verschillend prototype van het “oude vrouwtje”: de een* is namelijk extreem nors, superonvriendelijk en nogal vaak dronken; de andere* is extreem praatgraag, supereenzaam en heeft een chichihondje*. om vanzelfsprekende redenen kom ik geen van beide graag tegen in de gang: de ene blaft mij steeds af met sterke alcoholgeur in haar adem, de andere onderhoudt mij uren over de gezondheidstoestand van haar schoothond (steevast gevolgd door “maar tis nen braaaaaave zenne, ge moogt em aaien, jaaaaa tis nen braaaaaaave”).

de buurvrouw die ik tegenkwam in het wassalon betrof oud vrouwtje nummer twee, de vriendelijke hondenliefhebster. zij wist mij toen te vertellen dat zij eigenlijk thuis een wasmachine had, “een veel beter zelfs als dat in de wasserette”; ze kwam naar het wassalon puur voor het gezelshap, “om nog eens onder de mensen te zijn” zei ze. ik had moeite om geen traantje weg te pinken, want rondkijkend in het lege wassalon waar voornamelijk drugsverslaafden rondhangen, wist ik dat haar eenzaamheid schrijnend moest zijn om hier te komen zoeken naar een gezellige babbel.

aldus daar op mijn fiets – met het wassalon in mijn ooghoek – werd het idee geboren om mijn buurvrouw te verblijden met de gratis zak hondeneten: op die manier ziet ze nog eens iemand en krijgt ook haar hartedief wat aandacht. bij het aanbellen hoorde ik dat hartediefje al luidkeels blaffen en wanneer het vrouwtje de deur opende, besprong het shoothondje enthousiast mijn been (gevolgd door “tis nen braaaaave zenne, ge moet gene schrik hebben, tis nen braaaave”).

tevreden met mijzelf als ik was voor het bedenken van zo’n altruïstisch plan, legde ik het vrouwtje uit dat ik deze zak gratis had gekregen bij de dierenwinkel, maar dat ik geen hond had; “daarom dacht ik dat u die misschien kon gebruiken?” vroeg ik. het oude vrouwtje reageerde echter allerminst verblijd en antwoordde: “maar ik weet niet wat daar in zit he, ik ken dat merk niet”. geschrokken door deze koele reactie stelde ik voor dat ze het gewoon eens kon proberen, want ik kan er toch niks mee doen. zuchtend zei het vrouwtje “ale dan”, waarna de aap uit de mouw kwam: ze vroeg op licht geïrriteerde toon “hoeveel vraagt ge ervoor?”.

helemaal van streek door deze gratuite blijk van wantrouwen jegens mijzelf, probeerde ik te verduidelijken dat ik er helemaal geen geld voor wou, want ik had de zak zelf gratis gekregen en anders zou ik hem gewoon moeten weggooien. het vrouwtje besefte plots dat ze onterecht aan mijn goede bedoelingen had getwijfeld en nam de zak hondeneten alsnog in ontvangst. teleurgesteld in de maatschappij die ervoor heeft gezorgd dat zelfs altruïstische daden van empathie op wantrouwen stoten, stapte ik de lift terug in op weg naar mijn appartement. ik kon alleen maar besluiten dat oud vrouwtje nummer twee duidelijk teveel heeft opgetrokken met die norse trut van de derde verdieping.

* foto’s zijn van google (via de zoektermen “grumpy old lady”, “old lady with dog” en “chichi hond”) en zijn aldus géén foto’s van de mensen en honden waarvan sprake in deze post, maar hebben wel een treffende gelijkenis.

“komen eten”: kattenkots en sterrenchefs

27/10/2011 § 11 reacties

na twee jaar en half samenzijn met mijn “better half”, heb ik niet alleen eindelijk bijna gesnopen wat buitenspel is in het voetbal (naar de goal shotten mag niet als er geen ventje van de andere ploeg tussenstaat, ofzoiets), maar heb ik ook de geneugten van goed eten ontdekt. naast dagelijks een lekkere maaltijd “à la jeroen” voorgeschoteld te krijgen, resulteert jeroens kookpassie zich ook in het volgen van talloze kookprogramma’s op tv. dit laatste betreft kookprogramma’s van alle zenders, maten en gewichten: van “komen eten” over “de beste hobbykok van vlaanderen” naar “mijn restaurant!” tot “masterchef”.

en net zoals ik bijna gesnopen heb wat offside wilt zeggen als het dan niet gewoon “buiten de lijn” betekent, heb ik na een dikke twee jaar kookprogramma’s ook bijna gesnopen hoe een maaltijd in deze moderne tijd het best gepresenteerd wordt. terwijl ikzelf tot mijn twintigste levensjaar naïverwijze dacht dat een mooi bord eten bestond uit 4/8 puree, 3/8 kip en 1/8 groenten (liefst dan nog verstopt in de puree, zoals bijvoorbeeld “peekesstoemp”), blijken hedendaagse sterrenchefs deze mening niet te delen.

om anderen dezelfde lijdensweg te besparen – zijnde menig televisie-uren spenderen met het kijken naar lelijke koppen als peter goossens en het luisteren naar verschrikkelijke dialecten als dat van sergio herman – wil ik dan ook mijn opgedane kennis aangaande de presentatie van borden delen via deze blog.

kort gezegd heeft de ideale presentatie “een sterrenrestaurant waardig” iets weg van kattenkots. zeg ik daar “heeft iets weg van”? eigenlijk bedoel ik: mijn kat kali braakt maandelijks een haarbal uit die niet te onderscheiden is van wat sterrenchefs graag op een eetbord zien verschijnen. disclaimer: over de smaak doe ik geen uitspraken, de gerechten die op tv verschijnen heb ik immers nog nooit geproefd, noch heb ik ooit kattenovergeefsel van de grond gelepeld; het gaat hier enkel en alleen over de bejubelde “moderne presentatie” van gerechten die mij steevast doet denken aan waar ik ’s ochtends met blote voeten af en toe in stap. ik roep dan ook enthousiast “kalikots!” naar het tvscherm als er nog eens zo’n kattenovergeefsel-look-a-like-bord de sterren in geprezen wordt. jeroen vindt mij dan weinig stijlvol, maar ik begrijp niet goed waarom.

een mooie presentatie op het bord, uitgelegd aan de hand van kattenkots, ziet er als volgt uit. eten wordt brokkerig en “casual” (niet strak en symmetrisch, da’s zo old school) gepresenteerd in een lijn. deze rommelige lijn van eten wordt gekenmerkt door verschillende kleurtjes, hier en daar een hoogteverschil, versierd met een bladje munt ofzo. maar desalniettemin een lijn zoals deze ook uit uw liefste huiskamertijger spuit wanneer die te hard heeft liggen schrokken of plezierig gras heeft zitten eten. deze “eetlijn” wordt vervolgens versierd met enkele vegen errond op het bord. de uitgeveegde strepen puree of saus (doorgaans balsamico, al is dat al te mainstream tegenwoordig) zijn het evenbeeld van wat mijn kat op de vloer teweegbrengt als zij haar braaksel tevergeefs wilt ondergraven met haar poezelige voorpootjes, maar hier uiteraard niet in slaagt en in plaats daarvan de grond besmeerd met vegen kots en andere samengeraapte vuiligheden van de grond. de “spatten” eten, waar sterrenchefs graag het bord verder mee opvullen, manifesteren zich eveneens in het overgeefsel van katten: braken gebeurt immers meestal in fasen, waarbij de kat zich enkele centimeters verplaatst (bijvoorbeeld van de leren zetel naar het perzische tapijt, kwestie van toch zacht te zitten tijdens deze vervelende gebeurtenis) om daar verder over te geven.

wie bij wie inspiratie heeft gezocht, ik blijf het antwoord schuldig. maar oordeel vooral zelf en trek uw lessen hieruit voor als u eens een diner verzorgt! moest u aldus in het duister tasten over hoe u een bord op een fancy en peter goossens approved manier moet presenteren, denk dan aan het overgeefsel van uw salontijger en probeer dit zo goed mogelijk na te bootsen. 

(klikken om op ware grootte te zien)

voila, denk dáár maar eens aan als u de volgende keer een sterrenrestaurant bezoekt en een mooi gepresenteerd bord voor uw neus krijgt. smakelijk!

kamikaze kali en bobman

03/10/2011 § Een reactie plaatsen

deze blogpost is geïnspireerd door “prutske”, de maltezer van mijn collega, die een vuile-onderbroeken-fetish heeft (prutske, niet de collega). toen ik onlangs hoorde dat prutske haar bijdrage aan het familiefeest zich beperkte tot het verorberen van de negen gebrade kippen die in de garage lagen te wachten, voelde ik mij aangesproken om ook het licht eens te schijnen op de straffe stoten van mijn huisdieren.

dat ik denk dat kali en bobke superkrachten bezitten, lazen jullie misschien hier al. on duty beleven zij dan ook de grootste avonturen.

kamikaze kali verdenk ik er soms van een russische spion te zijn. alhoewel het bespioneren van sanne y. crombecq zo mogelijk nog saaier is dan het bekijken van terrence malick’s “the tree of life”, acht ik het niet onmogelijk dat mijn kat zich op slinkse wijze heeft geïntegreerd in mijn leven om hier dan nadien – wanneer nodig – gebruik van te maken.


(klik voor grotere versie)

zo heeft kamikaze kali reeds op meerdere momenten mijn primaire informatie- en communicatiemiddel afgenomen: de wifi-verbinding van mijn laptop. de eerste keer heeft het mij toch een half uur gekost om te weten te komen wat er gaande was, maar na de zoveelste keer wist ik dat kali er in slaagde om twee ver van elkaar verwijderde toetsen in te duwen met haar poezelige pootjes om mij zo de toegang tot het internet te ontzeggen.


(klik voor grotere versie)

kali, zijnde een secret agent van de kamikazevariëteit, haalt al sinds ze een kitten was levensgevaarlijke stunten uit die gekoppeld gaan met een verticale val of some sort. zo is ze, als baby kali, in het aquarium van de waterschildpadden getotterd. kamikaze kali – in haar tienerjaren maar ongetwijfeld nog steeds in opleiding bij de russische inlichingendienst – is ook eens van het terras (eerste verdieping) op de haag gesprongen, een lichtjes onsuccesvolle actie aangezien ze er vervolgens uit gered moest worden.


(klik voor grotere versie)

de meest recente kamikaze-actie voerde kali uit in ons appartement in antwerpen (derde verdieping). ze sprong via een bureau naar een openstaand raampje en balanceerde enkele seconden op de rand, klaar om naar beneden te donderen. mijn zus – ook reeds gekend met kali’s straffe stoten – probeerde haar van de afgrond terug te lokken door haar naam te roepen. geen succes… (logisch misschien, want haar eigenlijke naam is waarschijnlijk iets als Андреевна Владимировна Достоевский). vervolgens besloot mijn zus om kali’s zwakste punt – haar kryptoniet als het ware – in de strijd te gooien: eten. ze riep “koekje! koekje!” en kali twijfelde geen milliseconde: ze stond meteen luidkeels te miauwen op de toog in de keuken om het beloofde koekje in ontvangst te nemen. she’s gone native.

ons konijn bobke zijn alter ego “bobman“, daarentegen, lijkt geen allegiance te hebben. hoogstens bespeur ik een afgelegde “eed van deugnieterij”. hij streeft namelijk eerder egoïstische doeleinden na en gebruikt zijn superkrachten voornamelijk voor eigen plezier.


(klik voor grotere versie)

zijn voornaamste bezigheid is dan ook het uitlijnen van de term “konijnenkwaad”. plinten en meubels verorberen, colaglazen omstoten, allerlei kabels bewerken, GSM’s af tafels duwen, boeken vermassacreren, … allen behoren ze tot het dagelijkse menu van bobman.

maar zijn grootste superkracht ligt toch in het tarten van de ultieme natuurwet: “survival of the fittest”. hoewel bobman in geen enkel opzicht sterker of slimmer is dan kamikaze kali, slaagt hij er in deze laatste keer op keer de stuipen op het lijf te jagen.


(klik voor grotere en beter leesbare versie)

irrationele angsten

26/08/2011 § 6 reacties

ik ben veel dingen, maar rationeel en evenwichtig is not one of them. zijnde een “vat van emoties”, ween ik bij chickflicks en harry potter boeken, hou ik van human interest documentaires en heb ik een uitstekend gevoel voor dramatiek. uit datzelfde vat kan echter ook een heel ander soort drama getapt worden: enkele totaal irrationele op niets gebaseerde angsten spruiten eveneens voort uit mijn ietwat emotionele aanleg.

(1) zo heb ik, sinds zolang ik mij kan herinneren, een grote schrik voor het omvallen van vrachtwagens terwijl ik ernaast aan het fietsen ben. nog nooit heb ik echter een vrachtwagen zien omvallen, laat staan iets gehoord over een vrachtwagen die omgevallen zou zijn op een onschuldige fietser. en toch krimp ik ineen telkens er naast mij op de weg een vrachtwagen passeert.

(2) mijn meest aanwezige angst is echter dat mijn huisdieren iets zou overkomen. ik ben dan ook ietwat een autist als het aankomt op kamers pet-proofen: ramen steeds sluiten, gevaarlijke voorwerpen uit pootbereik zetten, op het internet zoeken naar mogelijke gevaren, etc. ook de diertjes zelf worden regelmatig aan een onderzoek onderworpen: ik kijk na of ze enige sporen van ziektes en dergelijke vertonen, ik hou hun dieet detaillistisch in de gaten, vraag hen regelmatig of ze gelukkig zijn, enzovoort. mijn grootste schrik inzake onze kat en konijn blijft echter de constante dreiging van het “ontsnappingsgevaar” dat als een zwaard van damocles bboven mij hangt. ondanks al mijn inspanningen (toch wel bijna een voltijdse job), ontdek ik nog vaak mogelijke ontsnappingsroutes. jeroen beantwoordt mijn nieuwe zorgen steevast met iets in de trant van “denkt gij nu echt dat kali op die kast gaat springen, dan een gigantische sprong van vijf meter gaat doen om zich dan vervolgens door een raamkier van 2mm te wringen en ten slotte te pletter te storten?”. hij impliceert dat ik denk dat kali en bob bepaalde superkrachten bezitten waardoor ze op allerlei bovenmenselijke manieren zouden kunnen ontsnappen.

(3) ik heb ook een verlammende angst voor de politie en gevangenissen. niet omdat ik een zware crimineel ben, maar juist omdat ik zo’n “braaf dezeke” (quote van HotChick85) ben. of ik nu inkopen aan het doen ben, naar de wasserette ga, of gewoon aan het rondfietsen ben in ’t stad terwijl ik vrachtwagens probeer te ontwijken, de aanwezigheid van politie maakt mij zodanig gestresseerd dat ik mij extreem verdacht begin te gedragen. het is een beetje een kwaadaardige natuurwet: hoe banger ge zijt van de politie, hoe meer ge op uw stappen gaat letten en des te verdachter dat ge uzelf maakt. zo stond ik dagelijks panische angsten uit toen ze in mijn vorig appartement camera’s hadden geplaatst in en rond onze fietsenkelder. het laatste dat ik zou willen is dat mensen iets slecht over mij en mijn fietsenkeldergewoontes zouden denken, dus deed ik mijn uiterste best om onschuldig over te komen op de bewakingscamera’s. dit resulteerde ongetwijfeld echter in extreem verdacht gedrag waarbij ik als een dief in de nacht de fietsenkelder binnen en buiten sloop, het angstzweet van mij afdruipend en mijn ogen steevast gericht op de veiligheidscamera. needless to say dat mijn fiets halen een zeer stresserende ervaring werd.

(4) veel verdergaand dan mijn angsten die  slechts leiden tot ik die in een straal van 20 meter rond vrachtwagens fiets, ik die altijd mijn ramen controleer als ik de deur uitga en ik die in mijn broek pis als ik de politie zie, is mijn angst voor slangen. zeg maar “fobie”. sinds ik als kind een droom heb gehad waarbij een slang achteraan mijn kinderbedje voorbijslidderde, ben ik de niet zo trotse eigenaar van een slangenfobie van formaat. naast kippenvel, bezorgen slangen mij ook nachtmerries. ooit moest ik eens een droomdagboek bijhouden en hieruit bleek dat ik minstens één keer per week een slangennachtmerrie had. gewoonlijk bestaat zo’n droom uit het moeten bewandelen van een pad bedekt met slangen, het moeten doorsteken van een deurgat met slangen rond de frame, het vastzitten op een boot met slangen, en ettelijke variaties op deze thema’s. ook in mijn wakkere leven bezorgt deze fobie mij danig veel stress. spijtig genoeg beschik ik immers, naast deze fobie, ook nog over een rijke fantasie en een erbarmelijk gevoel voor realiteit, waardoor ik er constant van overtuigd geraak dat slangen mij op elk moment en langs alle kanten kunnen en zullen bestormen. verhalen uit de krant waar deze duivelsdieren worden aangetroffen in wasmachines of verlaten huizen en de aanwezigheid van een zoo dicht bij mij thuis, verergeren deze gedachten alleen maar.

kali

07/08/2011 § 3 reacties

wat ik en anderen allemaal voor mijn kat gekocht hebben om mee te spelen:

waar ze de voorbije week ook werkelijk mee heeft gespeeld:

 

Waar ben ik?

Je bekijkt artikelen getagd met kali voor "Capriolen" - de alledaagse belevenissen van Sanne.