liefdadigheid (deel 3): tweede charity fail

11/12/2011 § 4 reacties

LANG GELEDEN OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 1). over hoe sanne het slachtoffer werd van liefdadigheid, en haar smoske kaas hierdoor vergezeld werd van een sausje schuldgevoel.

EEN MAAND GELEDEN OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 2). over hoe sanne ook eens een poging deed tot liefdadigheid in brussel, maar dit eindigde in een pijnlijke afgang.

NU OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 3). over hoe sanne nog eens een poging deed tot liefdadigheid, maar er in casu getwijfeld werd aan haar goede bedoelingen.

mijn kat is volslank. sommige mensen – *kuch* jeroen *kuch – vinden dat ik de waarheid niet moet verbloemen en noemen kali sinds enkele maanden smalend “chubby mc chubberson”.wat er ook van zij, kali moest van de dierenarts op dieet. sindsdien krijgt ze dieetvoedsel en verstop ik haar eten in dozen en speelgoedjes, om haar te laten “werken” voor haar brokjes. om die reden trok ik op een novemberse zaterdag naar de dierenwinkel (een soort candyshop voor mij, een winkel die ik niet kan verlaten zonder er aan 20 euro dierenspeelgoedjes te hebben gekocht, iets waar bovengenoemde harteloze kattenbelediger zot van wordt).

deze keer wilde ik voor mijn kat een grote snackbal kopen; hierin zou ik dan haar dagelijkse portie droge brokken stoppen. na het uitkiezen van de grootste snackbal voor honden, het uiten van vele “oohs” en “aahs” en het stiekem aaien van de konijntjes en hamsters die er verkocht worden, begaf ik mij naar de kassa. tot mijn verbazing werd er mij een grote zak hondenvoedsel aangeboden. gratis! (dit in tegenstelling tot het plastiek zakje dat nodig was om de grote zak hondenbrokken te kunnen dragen, waar ik dan wel een absurde 10 cent voor moest betalen). waanzinnig enthousiast als ik was over de free goodies, besefte ik pas tijdens het fietsen dat ik helemaal geen hond had en ik voor deze zware hondenetenzak werkelijk geen enkele bestemming kon bedenken.

dit todat ik mijn appartement naderde en het wassalon in mijn ooghoek zag. enkele weken daarvoorwas ik daar namelijk dik tegen mijn goesting de was aan het doen, zoals elke week, en kwam ik daar mijn buurvrouw tegen. ons gebouw – gelegen bij de ietwat louche rooseveltplaats – wordt voornamelijk bevolkt door indiërs, maar huist ook twee oude vrouwelijke sinjoren. elk zijn zij een verschillend prototype van het “oude vrouwtje”: de een* is namelijk extreem nors, superonvriendelijk en nogal vaak dronken; de andere* is extreem praatgraag, supereenzaam en heeft een chichihondje*. om vanzelfsprekende redenen kom ik geen van beide graag tegen in de gang: de ene blaft mij steeds af met sterke alcoholgeur in haar adem, de andere onderhoudt mij uren over de gezondheidstoestand van haar schoothond (steevast gevolgd door “maar tis nen braaaaaave zenne, ge moogt em aaien, jaaaaa tis nen braaaaaaave”).

de buurvrouw die ik tegenkwam in het wassalon betrof oud vrouwtje nummer twee, de vriendelijke hondenliefhebster. zij wist mij toen te vertellen dat zij eigenlijk thuis een wasmachine had, “een veel beter zelfs als dat in de wasserette”; ze kwam naar het wassalon puur voor het gezelshap, “om nog eens onder de mensen te zijn” zei ze. ik had moeite om geen traantje weg te pinken, want rondkijkend in het lege wassalon waar voornamelijk drugsverslaafden rondhangen, wist ik dat haar eenzaamheid schrijnend moest zijn om hier te komen zoeken naar een gezellige babbel.

aldus daar op mijn fiets – met het wassalon in mijn ooghoek – werd het idee geboren om mijn buurvrouw te verblijden met de gratis zak hondeneten: op die manier ziet ze nog eens iemand en krijgt ook haar hartedief wat aandacht. bij het aanbellen hoorde ik dat hartediefje al luidkeels blaffen en wanneer het vrouwtje de deur opende, besprong het shoothondje enthousiast mijn been (gevolgd door “tis nen braaaaave zenne, ge moet gene schrik hebben, tis nen braaaave”).

tevreden met mijzelf als ik was voor het bedenken van zo’n altruïstisch plan, legde ik het vrouwtje uit dat ik deze zak gratis had gekregen bij de dierenwinkel, maar dat ik geen hond had; “daarom dacht ik dat u die misschien kon gebruiken?” vroeg ik. het oude vrouwtje reageerde echter allerminst verblijd en antwoordde: “maar ik weet niet wat daar in zit he, ik ken dat merk niet”. geschrokken door deze koele reactie stelde ik voor dat ze het gewoon eens kon proberen, want ik kan er toch niks mee doen. zuchtend zei het vrouwtje “ale dan”, waarna de aap uit de mouw kwam: ze vroeg op licht geïrriteerde toon “hoeveel vraagt ge ervoor?”.

helemaal van streek door deze gratuite blijk van wantrouwen jegens mijzelf, probeerde ik te verduidelijken dat ik er helemaal geen geld voor wou, want ik had de zak zelf gratis gekregen en anders zou ik hem gewoon moeten weggooien. het vrouwtje besefte plots dat ze onterecht aan mijn goede bedoelingen had getwijfeld en nam de zak hondeneten alsnog in ontvangst. teleurgesteld in de maatschappij die ervoor heeft gezorgd dat zelfs altruïstische daden van empathie op wantrouwen stoten, stapte ik de lift terug in op weg naar mijn appartement. ik kon alleen maar besluiten dat oud vrouwtje nummer twee duidelijk teveel heeft opgetrokken met die norse trut van de derde verdieping.

* foto’s zijn van google (via de zoektermen “grumpy old lady”, “old lady with dog” en “chichi hond”) en zijn aldus géén foto’s van de mensen en honden waarvan sprake in deze post, maar hebben wel een treffende gelijkenis.

Advertenties

liefdadigheid (deel 2): charity fail

13/11/2011 § 2 reacties

ONLANGS OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 1). over hoe sanne het slachtoffer werd van liefdadigheid, en haar smoske kaas hierdoor vergezeld werd van een sausje schuldgevoel.

NU OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 2). over hoe sanne ook eens een poging deed tot liefdadigheid in brussel, maar dit eindigde in een pijnlijke afgang.

geïnspireerd door mijn “liefdadigheidssmoske”-belevenis, begon ik na te denken over de laatste keer dat ik nog eens iets uit pure barmhartigheid gedaan had. nu niet om mijzelf te bestoefen, maar ik moest niet eens zo lang terugdenken: niet lang voor de gulle gever mijn pad kruiste, had ook ik gepoogd mijn hand uit te steken naar de minderbedeelden onder ons.

reeds enkele weken werd ik dagelijks geconfronteerd met de dakloze asielzoekers en illegalen aan het brusselse noordstation. mijn dagelijks job bestaat uit het juridisch beoordelen van asielaanvragen, dus deze mensen in zulke slechte omstandigheden zien leven liet mij niet ongedeerd. bovendien was het moeilijk om de schrijnende situatie te negeren aangezien de asielzoekers en illegalen er dagelijks hun kleine kinderen op uit stuurden om te bedelen bij de pendelaars. mijn hart brak dan ook elke keer ik deze kinderen passeerde zonder hen iets te geven. de grootste honger die ik al heb gehad was die tussen het middageten om 12u en mijn eerste princekoek om 15u, dus ik kon mij alleen maar inbeelden hoeveel honger zij wel niet moesten hebben.

op een middag, toen ik terugkeerde van mijn werk en wandelde naar het station, kwamen er weer dezelfde drie jongetjes met open handen en verdrietig gezichtje op mij af. het toeval wou nu net dat ik die namiddag recup had genomen en mijn sandwiches voor die middag niet had opgegeten.

enthousiast als ik was dat ik deze kinderen kon helpen, bood ik de eerste jongen een sandwich aan. het kereltje (ongeveer 8 jaar oud) keek mij verbaasd aan; “hij zal niet gedacht hebben dat ik hem iets zou geven of hij heeft misschien nog nooit een sandwich gezien”, dacht ik bij mezelf. ik vond het al een beetje vreemd dat de andere kinderen niet op mij afspurtten als hongerige wolven; “ze zullen mij niet gezien hebben of ze zijn verlegen”, dacht ik bij mezelf. ik ging dan maar naar het tweede kindje en gaf hem ook een sandwich. ook zijn reactie was niet wat ik verwacht had: een glimlach of danku kon er niet van af; “hij zal zodanig uitgehongerd zijn”, dacht ik bij mezelf. het derde kindje, amper 5 jaar ofzo, stond mij verdwaasd aan te kijken. ik nam nog een sandwich uit mijn handtas en bood hem deze aan. het jongetje schudde met zijn hoofd en trok een gezicht alsof ik net een rotte vis had bovengehaald.

danig geshockeerd door deze uiterst eigenaardige reactie, wandelde ik verder. 2 meter later had ik echter weer vanalles gedacht bij mezelf (lees: gefantaseerd) en keerde ik terug om het laatste kindje alsnog een sandwich aan te bieden. opnieuw dacht ik – naieverwijze –  dat hij tot zijn zinnen zou komen en met tranen in zijn ogen de sandwich zou aanpakken. in plaats daarvan nam het kind in kwestie een houding aan die ik niet beter kan beschrijven dan met de woorden “bitch, please” (zoals hier of hier of hier of hier).

gedesillusioneerd droop ik af, schuddend met mijn hoofd en denkend bij mezelf “major charity fail!”.

(BINNENKORT OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 3). over hoe sanne nog eens een poging deed tot liefdadigheid, maar er in casu getwijfeld werd aan haar goede bedoelingen.)

liefdadigheid (deel 1): “soms doe ik zotte dingen”

05/11/2011 § 6 reacties

om de een of andere reden ben ik altijd gehaast. zelfs wanneer ik nergens naartoe moet, probeer ik koste wat het kost een maximale tijdsefficiëntie te bereiken. dit was enkele weken geleden niet anders toen ik ’s middags van mijn werk naar huis vertrok (wegens “recup”, een zoveelste zaligheid van het ambtenaar-zijn).

bijna zwetend kwam ik het noordstation in brussel binnengestrompeld, alleen om te merken dat ik nog een 20 minuten had om de trein richting antwerpen te halen. desalniettemin nog steeds extreem gehaast, begaf ik mij dan maar naar de panos om een broodje te kopen. eens daar aangekomen bestelde ik mijn “usual” (“een smos kaas op een wit broodje zonder tomaten met worteltjes alstublieft”). de verkoopster begon prompt mijn broodje te besmeren met mayonaise, waarop ik in mijn portefeuille tastte om geld te nemen. toen kwam ik echter tot het besef dat ik geen cash geld had, waarop ik paniekerig naar een bancontact-bakje zocht op de toog. tevergeefs. ik vraag of ik met bancontact kan betalen, ook al ken ik het antwoord al, en de verkoopster antwoordt in gebrekkig nederlands van niet, “wel proton” zegt ze.

deels gefrustreerd door het gebrek aan moderne technologie en deels nog steeds om geen enkele reden gehaast, begin ik tegen te pruttelen en vraag ik of ik niet met bancontact mag betalen als ik 10 cent ofzo meer betaal. dit ging de verkoopster haar nederlands te boven en er werd een tweede verkoopster geroepen. tegen dat die verkoopster mij een negatief antwoord gaf en mij vervolgens een bankautomaat in het station had aangwezen, bereikte mijn nodeloze gehaastheid een hoogtepunt.

geplaagd door mijn irrationeel gevoel van “ik ga te laat zijn” wist ik dan ook niet zeker of ik nog geld kon gaan afhalen, mijn broodje kon betalen en alsnog mijn trein zou halen. de paniek was ongetwijfeld op mijn gezicht te lezen, waarop een wildvreemde medemens mij een briefje van 5 euro toestopte. beleefd opgevoed als ik ben, probeerde ik deze spontane blijk van menslievendheid uiteraard te weigeren: “nee dat hoeft niet hoor! ik zal wel geld gaan afhalen! dat is echt niet nodig zenne!” etc. de man in kwestie nam het briefje echter niet terug aan en terwijl hij vastberaden uit de panos wandelde, riep hij mij breed glimlachend toe: “soms doe ik zotte dingen!”.

nadat ik enkele minuten verbouwereerd had staan wezen, maande de verkoopster mij opnieuw aan om mijn broodje te betalen. ik gaf haar dan maar mijn liefdadighiedsbriefje van 5 euro.

naast “een smos kaas op een wit broodje zonder tomaten met worteltjes” had de gulle gever mij echter ook een schaamtegevoel opgeleverd: die meneer moet immers ongetwijfeld gedacht hebben dat ik op het punt stond mijn trein naar australië te missen (die maar één keer per maand rijdt) om nog op tijd te kunnen zijn voor de begrafenis van mijn grootmoeder ofzo. en dat terwijl ik in feite nog 10 minuten over had om mijn trein te halen, gewoon naar antwerpen onderweg was alwaar ik thuis gewoon “the sims” zou gaan spelen, en waar ongeveer 8989899898 treinen per kwartier naartoe rijden.

om die meneer geen spijt te doen hebben van zijn liefdadigheid – en om de schaamte van mij af te lopen – spurtte ik dan maar door de gang om te doen alsof ik superdringend mijn trein moest halen. eens op spoor 11 aangekomen, was er uiteraard nog geen trein, en poogde ik mij dan maar te verstoppen zodat mijn barmhartige samaritaan mij niet rustig zou zien staan wachten op mijn trein, smikkelend van mijn gratis smoske.

en zo gebeurde het dat ik op een zonnige oktobermiddag ergens bij spoor 11 gehurkt op een bankje en gebukt onder een schaamtegevoel een smos kaas aan het eten was.

(BINNENKORT OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 2). over hoe sanne ook eens een poging deed tot liefdadigheid in brussel, maar dit eindigde in een pijnlijke afgang.)

Waar ben ik?

Je bekijkt artikelen getagd met liefdadigheid voor "Capriolen" - de alledaagse belevenissen van Sanne.