Operatie 2.0: de ervaring

06/08/2014 § Een reactie plaatsen

LANGE VERSIE:

Dinsdag 8 juli 2014 volgde mijn tweede knieoperatie, om de resterende schade aan mijn kraakbeen te herstellen. Het was dus dezelfde operatie, dezelfde chirurg en hetzelfde ziekenhuis als 8 maanden ervoor.

De ochtend begon al beter als de vorige keer: ik had braaf niets gegeten of gedronken en ik kon gewoon wandelen naar het ziekenhuis in plaats van een taxi te nemen en onderweg geld te moeten gaan afhalen. Eens aangekomen in het ziekenhuis, werd er ook niet meer met mijn eenpersoonskamer en vermeende VIP-status gespot, aangezien ik nu slechts een tweepersoonskamer had geboekt. Bovendien werd deze keer, onder mijn aandachtig toeziend oog, op het juiste been een pijl gezet.

Eens ik naar het operatiekwartier gebracht werd, ging het echter van kwaad naar erger. Ik begon erg veel stress te krijgen en chirurg Leren Vest had deze keer geen leren vest aan toen hij goedendag kwam zeggen, maar wel zijn “scrubs“. Toen Leren Vest naar mijn ziekenhuisbed kwam gewandeld, zwaaide hij bovendien met zijn armen, waardoor ik domweg dacht dat hij wilde high fiven (alsof normale volwassen mensen dat op zo’n moment zouden doen? what is wrong with me!?) en ik aldus mijn hand omhoog stak om de high five in ontvangst te nemen, waarna pijnlijk duidelijk werd dat hij mij gewoon een hand wilde geven (zoals elke normale medemens die niet Sanne is). Awkward!

In de operatiekamer werd mij een anesthesiemiddel toegediend en kwam ook het zuurstofmasker op de proppen. Plots kreeg ik heel veel achterhoofd- en nekpijn waardoor ik begon te panikeren/wenen en instinctief het zuurstofmasker probeerde te ontwijken. De anesthesist en verpleegster probeerden mij te kalmeren en het zuurstofmasker terug op mijn gezicht te krijgen. Ze zeiden “rustig in en uit ademen, er is niks mis” en het volgende dat ik mij herinner is de verkoeverruimte.

IMAG1385

In de verkoeverruimte werd ik langzaam wakker met een extreem comfy warmtedeken op mijn lichaam. It was the best thing ever. (Ik had de verpleegsters op voorhand laten weten dat ik de voorbije twee keer dat ik volledige verdoving had ondergaan telkens bevriezend wakker werd.) Zalig genietend van de heerlijke warmte, en ongetwijfeld ook een beetje high van de anesthesie, heb ik iedereen die aan mijn bed kwam staan uitvoerig bedankt voor de goede zorgen, dit alles met mijn ogen toe en ongetwijfeld maar half-verstaanbaar omdat ik lekker aan het verkoeveren was. Het kon mij overigens geen kak schelen hoe de operatie verlopen was, want ik had een elektrisch deken en everything was awesome.

Even onverwacht en bruut als die mislukte high five met Leren Vest, was het moment toen ze het warmtedeken van mij afnamen. Zonder boe of ba werd de hemelse warmtebrenger van mij weggenomen en werd mijn bed richting kamer gereden. Daar werd mij al snel eten aangeboden, wat ik weigerde omdat ik kotsmisselijk was. Even later werd mij aangemaand toch iets te eten en te drinken, waarop ze mij rechtzetten in mijn bed en ik vervolgens bijna van mijn sus ging. Ik begon weg te draaien en blijkbaar zag ik er nog witter dan normaal uit, want de mevrouw in het bed naast mij drukte op “de rode knop” om een verpleegster te roepen. Die verpleegster deed mijn bed terug naar beneden en zei “daarvoor moet ge toch niet wenen!” en ik dacht in mijzelf “ik ween als ik wil wenen! it’s my operation and i’ll cry if i want to!“. Uiteindelijk voelde ik mij iets beter en heb ik de boterhammen met confituur en smeerkaas gegeten, alsook wat water gedronken. Leren Vest kwam mij vertellen over de operatie, maar had geen leren vest aan, doch wel een zomerse blazer.

In de namiddag kwam het moment van vertrek naar huis. De mama van Papzak kwam mij ophalen. Zij is verpleegster en had een auto. Haar verpleegster-zijn was een groot succes, haar auto iets minder. Onderweg naar de parking werd ik zo misselijk van in de rolstoel te zitten, dat ik bijna moest overgeven, waarop een mevrouw van het onthaal kwam toegesneld met een bloempot. Ik werd op een brancard (keidramatisch!) terug naar mijn kamer gebracht, waar een lage bloeddruk werd vastgesteld en ik even moest bekomen alvorens nog een vertrekpoging te ondernemen. Deze tweede poging verliep niet veel beter. De bloempot hadden we ingewisseld voor een plastiek zakje, dat ik al nodig bleek te hebben in de Huidevettersstraat. Eens de boterhammen met confituur en smeerkaas er in de verkeerde richting terug uit waren gekomen, voelde ik mij wel een pak beter.

Thuis heb ik een dutje gedaan, een Iglo-maaltijd gegeten, “Dr. Phil” op YouTube gezien en hevig smachtend teruggedacht aan mijn warmtedeken.

KORTE VERSIE:

LEUK:

  • Pijl op juiste been (+)
  • Extreem awesome elektrisch warmtedeken in verkoeverruimte (++++++)

NIET ZO LEUK:

  • Mislukte high five met Leren Vest (-)
  • Wenen in zuurstofmasker (-)
  • Leren Vest had geen leren vest aan, maar een zomerse blazer (- -)
  • Bijna overgeven in bloempot (-)
  • Overgeven in auto (- -)

 

CONCLUSIE:

Ondanks het feit dat de ervaring met het warmtedeken the best thing ever was, maakte het misselijk zijn, de high five fail en de zomerse blazer het al bij al toch een minder geslaagde dag.

IMAG1098

 

Binnenkort op deze blog: “Operatie 2.0: de revalidatie”.

Advertenties

Sanne in de OK: operatie 2.0

07/07/2014 § 4 reacties

Oktober 2013 was niet bepaald de beste maand van mijn leven. In die maand liep mijn relatie van 5 jaar op de klippen, moest ik daardoor verhuizen én moest ik geopereerd worden aan mijn knie nadat ik tijdens het voetballen gevallen was.

De week voor mijn operatie viel samen met de week dat ik gedumpt was. De weken na mijn operatie -toen ik moest revalideren- vielen samen met de weken dat ik pas gedumpt was en met de weken waarin ik een nieuw appartement moest zoeken, meubels moest kopen en moest verhuizen. In de weken voorafgaand en na mijn operatie heb ik liters Ben&Jerry’s verorberd, de eerste drie seizoenen van “Game of Thrones” gezien en blijkbaar elke dag wenend mijn zus opgebeld. Soms allemaal tegelijkertijd.

knie3

De dag van de operatie zelf verliep niet vlekkeloos. ’s Ochtends had ik al per ongeluk bijna ontbeten uit gewoonte, terwijl ik nuchter moest blijven. Vervolgens had ik stiekem “mijn medicijnen genomen met een slokje water” omdat ik bijna omkwam van de honger en dorst. Die ochtend moest ik met een taxi naar het ziekenhuis. Ik geraakte al amper in het taxibusje met mijn kapotte knie en moest dan onderweg ook nog eens geld gaan afhalen om de chauffeur te kunnen betalen.

Eens aangekomen in het ziekenhuis, werd ik smalend door de gangen geleid als “de VIP” omdat ik via mijn hospitalisatieverzekering een eenpersoonskamer kreeg terugbetaald. Dan zette de verpleegster, voor ik er erg in had, een gigantische pijl op mijn verkeerde been, “zodat de chirurg wist waar hij moest zijn“. Toen ik haar duidelijk maakte dat de chirurg onder geen enkel beding bij mijn rechterknie moest zijn omdat het mijn linkerknie was die geopereerd moest worden, werd ik niet geloofd en belde de verpleegster wantrouwig de chirurg. Die had blijkbaar per vergissing “rechterknie” op het blad gezet en gaf toe dat het mijn linkerknie was “waar hij moest zijn“. Desgevallend probeerde de verpleegster de dikke rode pijl op mijn rechterbeen weg te vegen en af te schuren. Tevergeefs. Ten slotte zette ze er dan maar een kruis over en een nóg grotere pijl op mijn linkerbeen.

Nadat ik uiteindelijk onder het gewicht van een ondraaglijk schuldgevoel had toegegeven dat ik die ochtend “mijn medicijnen met een slokje water had genomen” en de verpleegster hier niet mee kon lachen omdat ik nuchter had moeten blijven, werd ik naar de operatiekamer geleid. Vanaf dan klampte ik paniekerig elke persoon aan die ik tegenkwam om te verkondigen dat ze enkel mijn linkerknie moesten opereren en dat ze die andere pijl totaal moesten negeren. Dan kreeg ik kalmeringspilletjes en een kalmeringsspuitje. Dan kwam de chirurg langs en die had een leren vest aan. Dat vond ik wel fancy. Ik zei hem dat hij bij mijn linkerknie moest zijn. Daarna herinner ik mij niks meer.

knie2

Toen ik wakker werd in de narcoseruimte (?), had ik het koud, deed mijn been pijn en vroeg ik meteen aan de dichtstbijzijnde persoon wat er nu mis was met mijn knie: kruisbanden, meniscus, iets anders? De narcoseverpleegster (?) zei dat het mijn kraakbeen was, waarna ik weer indommelde en pas bijkwam toen ik weer in mijn VIP-eenpersoonskamer was. Ik vroeg de verpleegster die de verkeerde pijl had gezet wanneer de chirurg langskwam om uitleg te geven, maar zij verzekerde mij dat ik hierop niet moest wachten. Toen ik protesteerde dat er tijdens de operatie blijkbaar gebleken is dat er een kraakbeenprobleem was, zei de verpleegster dat het gewoon mijn kruisbanden waren en dat ik wel gehallucineerd zal hebben dat iemand mij vertelde dat het een kraakbeenprobleem was. (Alsof ooit iemand in the history of the world dat gehallucineerd heeft? Da’s keirandom?) Ondanks de onbetwistbare betrouwbaarheid van de verpleegster die de verkeerde pijl had gezet, besloot ik toch maar te wachten. De chirurg wist mij te zeggen dat het wel degelijk een kraakbeenprobleem was. Ondertussen was ik zo goed als omgekomen van de honger en dorst, maar kreeg ik water en yoghurt (“waarom geven ze niet gewoon platte kak?” vroeg ik mij af).

Even later werd ik opgehaald door mijn ex-schoonmoeder, eens thuis bracht mijn ex-schoonzus mij een pot Ben&Jerry’s, even later belde ik wenend mijn zus en de rest van de dag keek ik naar “Game of Thrones”.

knie4knie

Morgen word ik opnieuw geopereerd aan mijn knie. Er is waarschijnlijk (nog) een kraakbeenletsel.

Ondanks al het bovenstaande, kies ik toch opnieuw voor hetzelfde ziekenhuis, want mijn chirurg had een leren vest aan toen hij mij goedendag kwam zeggen en ik vond dat wel tof.

Het geluk zit in kleine dingen.

bloed geven doet overgeven

16/09/2011 § 9 reacties

onder de leuze “bloed geven doet leven” trok ik deze ochtend richting edegem om bloed af te staan in het bloedtransfusiecentrum antwerpen.

aangemoedigd door menslievendheid, en deels omdat ik als ambtenaar een dagje verlof krijg om te bekomen van al die menslievendheid, meldde ik mij na een misselijkmakende busrit aan bij het rode kruis in het centrum. een uiterst vriendelijke dame begroette mij en gaf mij uitgebreid uitleg, alsook een “dankubon” die ik kon sparen en uiteindelijk inwisselen tegen een cinematicket of iets dergelijks. verrast door deze financiële blijk van dankbaarheid en de vele mondelinge “danku’s”, nam ik met een goed gevoel plaats om de medische vragenlijst in te vullen. even later, terwijl ik mij aan het afvragen was of ik tussen 1980 en 1996 zes maanden of langer in groot-brittannië verbleef, kreeg ik een mooie pen en een broche toegestopt.

tegen dan begon ik mij al lichtelijk ongemakkelijk te voelen bij al deze erkenning van mijn “goedheid”, zeker aangezien ik de voorbije dagen voornamelijk gedacht had aan hoeveel kleren ik vandaag ging kopen en iets minder aan hoeveel mensenlevens ik ging redden.

na een bespreking met de dokter, mocht ik plaatsnemen in een comfortabele zetel en werd mij het hele proces gewillig toegelicht. ik ben al vaak beprikt en evenvaak gecomplimenteerd geweest met mijn goed prikbare aders, dus zenuwachtig was ik niet. totdat ik nog 10 keer een gemeende “dankuwel” te horen kreeg van de verpleegster en nog van een gratis cola mocht genieten.

tegen dan voelde ik mij zo beschaamd en ongemakkelijk bij al die dankbaarheid dat ik mijzelf voornam om vanaf dan enkel en alleen uit menslievende bedoelingen bloed te komen doneren en denoods die dag nog te gaan werken ook. door mijn herwonnen wil om de meest altruïstische donor ooit te zijn en aangemoedigd door het lichtje dat begon te flikkeren telkens er te weinig bloed door mijn aderen stroomde, kneep ik als een gek in de stressbal die ik gekregen had. ik moest en zou die zak vullen met het perfecte bloed!

nadat ik mijn taak had volbracht, werd ik beloond met een brede glimlach, nog twee danku’s én spiegeltje waarop “ik ben een held” staat geschreven. bovendien mocht ik nog nagenieten van een drankje, een koekje en een boekje om tot rust te komen. nog steeds gebogen onder een schaamte- en schuldgevoel, durfde ik maar één koekje te nemen en maakte ik mij snel uit de voeten.

ik nam de bus richting antwerpen, maar werd al gauw steeds zieker en zieker. ze hadden mij inderdaad gewaarschuwd voor een mogelijk misselijk en duizelig gevoel. bovendien lijd ik al heel mijn leven aan reisziekte en aangezien dit de laatste jaren steeds vaker leidt tot overgeven in mijn handen, spurtte ik bij de eerstvolgende halte de straat op. daar legde ik mij uit pure miserie neer op het dichtstbijzijnde bankje zoals een of andere marginale drugsverslaafde, en probeerde te bekomen van de extreme misselijkheid waarvan ik het slachtoffer was geworden. een halfuurtje, drie gepasseerde bussen en een touristil later begon ik mij wat beter te voelen en stapte ik met een bang hartje terug op bus 17. ik geraakte zonder verdere problemen thuis.

en hoewel ik het niemand aanraad om te kotsen op de bus na bloed geven, het helpt wel uw schaamtegevoel te sussen. want ik was misschien oorspronkelijk wel voornamelijk uit op een dagje verlof via bloed geven, ik heb er uiteindelijk wel een zware prijs voor betaald én alsnog mensenlevens gered.

plus: mijn spiegeltje zegt dat ik een held ben en spiegels liegen niet.

uit de oude doos: sannes nieuwjaarshorrorsaga (januari 2011)

04/09/2011 § 4 reacties

(geschreven begin januari 2011, op facebook)

Het jaar 2011 kon voor Sanne niet slechter beginnen. Een klein overzichtje van Sannes avonturen de eerste dagen van het nieuwe (kut)jaar!

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 1): na een eerste slapeloze nacht zit Sanne op oudejaarsavond met zoveel tandpijn dat ze noch eten noch drinken kan; pijnstillers helpen uiteraard niet (uiteraard) en haar tandarts pakt zijn telefoon niet op (waarschijnlijk oudjaar aan het vieren zoals elke tandpijnloze medemens).

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 2): na een tweede slapeloze nacht weet Sanne zich te strompelen naar de tandarts van wacht in een mysterieus land hier heel ver vandaan (Linkeroever); aldaar krijgt ze te horen dat het een abces the size of Rusland betreft en ze de pijn moet uitzitten tot de antibiotica begint te werken; Sanne overweegt even eender welke pijnstillende drugs te gaan kopen op De Coninckplein, maar beslist uiteindelijk dan toch tevergeefs gebruik te maken van de legale soort.

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 3): na een derde slapeloze nacht begaf Sanne onder de ononderbroken en verschrikkelijke pijn en vertrok ze paniekerig naar de spoeddienst van het ziekenhuis (eerst probeerde ze te liften, wat uiteraard niet lukte, uiteraard, het mag haar toch niet meezitten zeker!, en dus pakte ze de tram); eens daar aangekomen probeerden de arts en de verpleegster zich te behelpen met sterkere pijnstillers en een infuus alvorens Sanne naar huis te sturen met de conclusie “tandpijn is echt de ergste pijn die er bestaat en pijnstillers helpen er soms niet tegen”; eens thuisgekomen heeft Sanne een zeer lang namiddagdutje gedaan (plat van de pijnstillers, ongetwijfeld); die avond ging ze relatief pijnloos slapen met een ietwat gezwollen lip.

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 4): na een eerste nacht vol goede nachtrust stond Sanne op met zo een opgezwollen rechterkant van haar gezicht dat haar kat haar bijna niet herkende; bij het aanschouwen van deze spontane misvorming in de spiegel moest Sanne lachen, zowaar voor het eerst in vier dagen, en het kon haar niet eens schelen dat ze eruitzag zoals Quasimodo; ze had geen “ergste pijn die er bestaat” meer, haar abces was immers gesprongen en had zich uitgebreid naar de rest van haar gezicht waardoor de zenuw niet meer zo onder druk stond; life was good!; bovendien kon Sanne die ochtend eindelijk haar tandarts bellen en mag ze morgen op afspraak.

tandpijn

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 5): na een tweede nacht vol goede nachtrust stond Sanne op met een nog meer gezwollen oog; ondanks het feit dat dit een zeer ongemakkelijk gevoel geeft en de afvoering van het ontstekingsvocht voornamelijk gebeurt door middel van een onaangename lopende neus en vieze keelslijmen, staat dit Sanne wel toe om eindelijk enkele prangende levensvragen beantwoord te zien: (1) hoe zou Sanne eruitzien als ze 10 kilo bijkwam in haar gezicht?, (2) hoe zou Sanne eruitzien als ze Aziatisch was?, (3) hoe is het om halfblind te zijn?, (4) hoe is het om een hamster te zijn?; deze levensvragen dienen naar haar eigen bescheiden mening allen beantwoord te worden met “niet zo goed”, maar oordeel vooral zelf!; de tandartsafspraak bracht weinig op want Sanne moet eerst nog een week antibiotica pakken om de ontsteking the size of Russia de kop in te drukken.

tandpijn2

Wordt hopelijk niet vervolgd!

teen blijkt slachtoffer van strijd der hete pastasaus 2011

06/07/2011 § Een reactie plaatsen

gisteren behaalde ik na vijf jaar zware en soms niet zo zware inspanningen mijn masterdiploma rechten. maar een veel belangrijkere recente verwezenlijking is het (nogmaals) overstijgen van mijn reeds extreem hoge pijngrens. deze verwezenlijking heb ik bereikt door drie weken koppig yet enthousiast met een blijkbaar gebroken teen rond te huppelen.

het begon allemaal met een alledaags ongeluk. ik smoste zelfgemaakte hete pastasaus over mijn lichaam (linguine incluis) en hield aan dit ongeluk na enkele dagen nog slechts één ding over: een pijnlijke teen. al snel werd wandelen zonder te vallen een nog meer onmogelijke opgave dan usual en maakte ik meermaals per dag gewag van mijn helse teenpijnen. de persoon die normaalgezien mijn “betere helft” zou moeten zijn, impliceerde al snel dat ik overdreef en meende dat het simpelweg een “kneuzing” was. dit maakte mij uiteraard – uiterààrd – nog meer gedreven om de pijn te verbijten en versterkte mij in het idee dat ik een echte vechter was die ongeziene pijnen kon verdragen. “i laugh in the face of pain!”, dacht ik telkens bij mijzelf wanneer ik na tien meter pijnlijk wandelen heldhaftig mijn tranen wist te bedwingen.

nu kan ik jeroen ook moeilijk kwalijk nemen dat hij dacht dat ik een melodramatische versie gaf van mijn werkelijk fysiek ongemak. het feit dat ik enkele dagen na mijn alledaags ongeluk ervan overtuigd was dat ik het slachtoffer was geworden van een zeldzame vorm van teenkanker, zal wel hebben bijgedragen aan zijn wantrouwige houding.

na een moedig gedragen drie weken van helse teenpijn (en intussen voet- en enkelpijn), besloot ik dan toch het advies van mijn huisdokter te volgen en een foto te laten nemen van de teen in kwestie. voor teenpijnlijders is het sint-vincentiusziekenhuis trouwens toch niet echt goed uitgerust: pas na een dikke twee kilometer wandelen, kwam ik aan bij de afdeling radiologie alwaar de foto genomen werd. na een tijdje werd ik door een dokter een kamertje binnengeleid, een beetje zoals in die aflevering van “sex and the city” waar samantha zich laat testen op hiv en ze vreest in het “kleine kamertje” geroepen te worden waar altijd het slecht nieuws gegeven wordt.

nadat ik nogmaals mijn alledaags ongeluk uit de doeken deed en voor de zoveelste keer de reactie “wat een eigenaardig verhaal!” kreeg, wist de dokter mij te vertellen dat mijn teen gebroken was. een breuk van wel 10 meter! ok, da’s niet helemaal waar, maar het was wel een vrij spectaculaire breuk! een stuk van mijn groteteenbotje is blijkbaar gesneuveld in “de strijd der hete pastasaus 2011”. in tegenstelling tot wat een normaal mens zou verwachten, werd mijn heldhaftig gedragen lijden van de voorbije weken mij bovendien niet in dank afgenomen, want het bot was er nu deels terug aangegroeid op een ietwat onconventionele wijze (niet in het gips).

bij de afdeling orthopedie werd ik nog een keer ondervraagd over mijn pastaverhaal, wat opnieuw uiterst vreemd werd bevonden. de dokter stelde vervolgens voor om mijn pijnen te verlichten door mijn voet tot aan de knie in te gipsen. als doorwinterde pijnverbijter zag ik dit uiteraard niet zitten. nu opgeven!? na drie weken van het verleggen van mijn reeds uiterst hoge pijngrens!? nee danku. (ook moet ik volgende week beginnen werken en zo’n gips is toch niet zo handig naar het schijnt, maar dat was slechts de secundaire reden!). zo gezegd zo gedaan, en er werd mij – naast een medaille van heldhaftigheid – orthopedisch verantwoord schoeisel aangeboden.

en daarom trek ik volgende week naar de raad voor vreemdelingenbetwistingen met één voet in minnetonka’s en één voet in een post-operatieve orthopedische schoen. en met mijn medaille van “heldhaftigheid zoals bewezen in de strijd der hete pastasaus 2011” rond mijn nek.


(zoek de breuk waar mijn grote teen begint, langs rechts, op de grens met het “middenvoetbeentje”, daar is een donkergrijze vlek dat dus het afgebrokkelde en half-aangegroeide bot voorstelt)

Waar ben ik?

Je bekijkt artikelen getagd met ziekenhuis voor "Capriolen" - de alledaagse belevenissen van Sanne.